Skip to content

‘Wat ben ik blij dat ik hier mag wonen!’

Ze hoorde niet dat ik binnenkwam. Het licht dat ik aanzette, verraadde mijn aanwezigheid voor haar. Ik kniel naast haar bed en raak haar zacht aan bij haar bovenarm, terwijl ik haar gedag zeg. Er verschijnt een glimlach op haar gezicht en ik reik haar het gehoorapparaat aan. Het is voor mij onduidelijk of ze mij herkent, maar door het felgroene shirt dat ik draag is voor haar wel duidelijk wat ik kom doen. Ze zegt dat ze hoopt dat haar kinderen vandaag langskomen. Sinds haar zicht flink achteruit is gegaan, komt ze niet meer zelfstandig buiten. Naast haar dementie, verminderd gehoor en haar slechte zicht, is ze hierdoor vereenzaamd. Ze zit de hele dag binnen, vaak met de radio of tv aan. Voor het geluid, voor het zicht hoeft ze dit niet te doen.

Ik begeleid haar naar de badkamer, waar ik een niet-alledaagse vondst doe: de wc, de vloer eromheen en de muur zitten onder de ontlasting. Door haar beperkingen heeft ze ’s nachts niet doorgehad dat ze niet alleen in, maar ook naast het toilet ontlasting heeft gehad. Haar handen zitten ook onder, net als haar ondergoed. Ik trek handschoenen aan en help haar door het water op te warmen en haar te wassen. Hierna kleed ik haar aan en ruim ik alles op. Hiermee negeer ik mijn taakomschrijving, maar zorg ik er wel voor dat familie niet aantreft wat ik heb aangetroffen. De kinderen gaven aan het confronterend te vinden hoe hard moeder achteruit gaat. In het schriftje op tafel schrijf ik voor de familie kort op wat ik heb gedaan en ik verzorg haar ontbijt. Daarna neem ik afscheid, door haar een aai over haar arm te geven en haar een fijne dag te wensen.

Ze heeft gevorderde dementie, waardoor niet alleen haar geheugen haar in de steek laat, maar ook incontinent is geworden. Ze is niet meer in staat sociale relaties op te bouwen of te onderhouden, waardoor ze eenzaam is. Thuis wonen gaat niet meer. Ze wordt op de wachtlijst geplaatst voor het verpleeghuis, waar ze graag heen wil. Na drie maanden is er plaats. De overbrugde drie maanden zijn voor haar vreselijk. Ze wordt met de dag eenzamer en huilt regelmatig. Na opname in het verpleeghuis, fleurt ze op en zie ik haar genieten van het sociale contact dat ze heeft. ‘Wat ben ik blij dat ik hier mag wonen!’, zegt ze me. Zo blijkt maar weer, niet iedereen wil zo lang mogelijk thuis blijven wonen.

 

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: