Skip to content

‘Ah lekker, jam!’

Hij had Parkinson, en kon daardoor niet stil blijven zitten in zijn stoel. De tremoren waren duidelijk aanwezig. Hij woont op dat moment nog thuis, in een gelijkvloerse woning waar hij al jaren woont. Het valt me op dat hij vaker de dagelijkse dingen vergeet. Hij vergeet op tijd te eten, het eten in de koelkast is af en toe beschimmelt en het gewicht loopt terug. Daarnaast vergeet hij regelmatig welke dag het is en wat er die dag moet gebeuren.

Tijdens het gesprek dat ik met de kinderen voer, uit ik mijn bezorgdheid. Het is voor mij een spannend gesprek. Het is namelijk de tweede of derde keer dat ik de kinderen zie, en de allereerste keer dat ik mijn zorgen rondom geheugenverlies ga delen. Het gesprek gaat goed. De kinderen herkennen mijn zorgen en zijn blij dat ik het bespreekbaar maak met hen. Ik geef aan dat ik vader naar de huisarts ga verwijzen voor een geheugentest. Parkinson en dementie gaan vaak met elkaar gepaard.

Na de test bij de huisarts wordt hij verwezen naar de geriater in het ziekenhuis. Er volgt een scan van de hersenen, een psychologisch onderzoek en een bloedafname. De conclusie is duidelijk: hij heeft dementie. Ondanks de vermoedens, die er al langer waren, blijft het een confronterende diagnose. Ik weet wat de gevolgen zijn van de diagnose.

Enkele maanden later gaat het plots hard achteruit. Hij is vaker verward, hallucineert en heeft meer en meer thuiszorg nodig. Het valt op dat hij steeds vaker emotioneel is. Hij voelt zich eenzaam en eet alleen nog maar als er iemand naast hem zit en hem motiveert om te eten. Ik overleg met de kinderen en met hem, en we besluiten gezamenlijk dat een opname op een open afdeling een betere plaats voor hem is. Hier kan hij samen met anderen op de afdeling eten, zal hij meer gestimuleerd worden om deel te nemen aan activiteiten en zal zijn eenzaamheid verminderen.

Hij is het met de kinderen en mij eens dat dit een goede optie is. Het valt hem echter zwaar. Dat is de weken daarna goed merkbaar. Hij huilt vaker en we gaan als thuiszorg dagelijks met hem in gesprek over de opname die eraan zit te komen. In het laatste gesprek voor de opname, beloof ik hem om hem op de afdeling snel te komen opzoeken. Hij bedankt me en ik zie de tranen in zijn ogen als ik de tuinpoort achter me dicht trek.

Een paar weken later zoek ik hem op. Hij geeft aan al redelijk gewend te zijn op de afdeling. Hij heeft een groot deel van zijn spullen mee kunnen nemen met de verhuizing en laat me trots zijn kamer zien. Het lijkt op de huiskamer zoals bij hem thuis: oude, massief houten meubels en een foto van zijn kleinkinderen op het bijzettafeltje in de hoek. De televisie neemt, net als thuis, een prominente plaats in. Als we een rondje door zijn kamer hebben gemaakt, begeleid ik hem naar de gezamenlijke huiskamer waar de lunch voor hem klaar staat. Natuurlijk op zijn eigen Boerenbont servies. ‘Ah lekker, jam!’, zegt hij. Ik neem afscheid en loop richting de deur. Als ik omkijk, zie ik hoe hij begint aan zijn maaltijd, zonder dat hij gemotiveerd hoeft te worden om te eten: de juiste zorg, op de juiste plaats. En dan in de praktijk.

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: