“Het is 1918”

Het ging al een paar dagen wat minder. We merkten het aan hem. Hij was wat benauwder dan normaal en vergat soms wat kleine dingen. Het was niet erg genoeg om al een huisarts te laten komen, maar we hielden het toch wat meer in de gaten dan normaal….

‘Ik mis haar nu nog erger dan normaal’

Het is tweede kerstdag. Het combineren van werken in de zorg en prive is op dit soort dagen altijd lastig. Het hoort erbij. Eigenlijk vind ik het helemaal niet erg om te werken met kerst. Over het algemeen is iedereen wat vrolijker en je hoort andere verhalen dan de normale dagelijkse ditjes en datjes. Alleen zit er ook een keerzijde aan de feestdagen. De mensen die door het jaar heen zich al regelmatig eenzaam voelen, voelen dit extra sterk tijdens de feestdagen. Zo ook de man waar ik vanmorgen binnenstap….

‘Ik neem je een dagje mee’

06:50 uur
Ik loop door de nog donkere gang in de richting van het kantoor. Ik hoor mijn collega’s al lachen en bijkletsen. ‘Goedemorgen!’, zeg ik vrolijk en ik ga bij hen aan tafel zitten. Ik zit nog geen minuut of de telefoon rinkelt al. De nachtdienst draagt over dat er vannacht geen bijzonderheden waren. Samen met mijn collega’s neem ik de bijzonderheden voor de dag door. Vandaag zijn er twee stagiaires aanwezig. We bespreken gezamenlijk de leerdoelen. Niet alleen de stagiaires geven een leerdoel aan, ook alle aanwezige collega’s benoemen een leerdoel; we zijn ten slotte een leerafdeling. ‘Vandaag wil ik extra letten op handhygiëne volgens protocol toepassen’, zeg ik op mijn beurt….

‘Ik kom er meteen aan!’

Van mijn collega’s begreep ik dat ze al enkele dagen niet zo lekker was. Ze was moe, had afwisselend een hoge en lage suikerspiegel in het bloed en ze had koorts. Ze kwam haar bed niet meer uit, omdat ze daar de energie niet voor had. Daarnaast was ze misselijk en duizelig….

‘Dankjewel voor de afgelopen dagen’

Ik zie twee jongens van een jaar of tien druk in de weer met een pakket kindervuurwerk. Allebei goed ingepakt met een sjaal en een muts op, een aansteeklont in de hand. Ze rennen hard weg als de lont van het rotje brand en staan na de knal te springen van blijdschap. Het is een mooi gezicht, herkenbaar ook. Vroeger was ik net zo. Met een glimlach op mijn gezicht rij ik verder. Linksaf, eerste huis rechts, en ik ben er….