Skip to content

‘De crisisdienst komt’

In de rapportages lees ik verontrustende zaken. Hij is agressief, vooral richting zijn vrouw. Af en toe ook naar de zorgverleners. Het is niet de eerste keer dat hij een klap probeert uit te delen of daadwerkelijk uitdeelt aan een collega. Zijn vrouw moet het vaak ontgelden. Verbaal en non-verbaal. Het is een lastige situatie, waarbij zijn vrouw hem eigenlijk niet meer alleen durft te laten. Bang dat hij boos wordt, als zij een keer weg is en weer terug komt. De scheldkanonnades zijn steeds heftiger. Ze geeft aan dat ze het niet langer volhoudt. Het gaat gewoon niet meer. Ze wil zo graag de beste zorg voor hem, maar die kan zij, samen met de thuiszorg, hem niet meer bieden. Er moet wat veranderen.

De huisarts vraagt de crisisdienst van de lokale GGZ om de situatie te komen beoordelen. Ik ben erbij, samen met een aantal familieleden. Als de psychiater hem confronteert met het feit dat hij dementie heeft, escaleert de situatie. Hij wordt boos en gooit een puzzelboekje naar de psychiater toe. Gelukkig ligt er verder niks in de buurt om te gooien, waardoor het bij het boekje blijft. Ik spreek de man aan en zie dat hij goed op mij reageert. Hij wordt rustiger en vertelt me rustig, maar duidelijk, dat iedereen denkt dat hij gek is. Ik geef aan dat ik dit zeker niet vind, en zie een lach op zijn gezicht verschijnen.

De psychiater stelt voor om in een andere ruimte verder te praten, zonder de man. Gezamenlijk leggen we de casus voor aan de psychiater en deze ziet ook in dat het thuis niet meer veilig is. Zowel voor de man, als voor zijn vrouw, is de gevaarzetting groot. Hij accepteert nauwelijks hulp en hierdoor kan zijn vrouw hem eigenlijk niet helpen. Zonder hulp kan hij echter niks. Tijdens het gesprek hoor ik hem regelmatig roepen en tieren in de andere kamer. Als ik terug kom in de woonkamer, praat ik met hem. Hij begint weer te lachen en we praten over van alles en nog wat.

Dan komt er een lastig moment: hij moet rustgevende medicatie krijgen. Hij wil niet, ziet niet in waarom hij medicatie moet nemen en vindt het maar onzin. ‘Ik merk er toch niks van of ze werken!’, zegt hij en gooit de pil over tafel als zijn zoon hem die aanreikt. Ik raap de pil van de grond op en vraag hem of hij vaker medicijnen gebruikt. Hij vertelt dat hij bloedverdunners krijgt van de dokter. Hier zie ik een kans. Ik vraag hem of hij merkt dat de bloedverdunners iets doen. Hij ontkent dit. ‘Dat snap ik, sommige pilletjes moet je wel nemen om ziektes te voorkomen, maar merk je verder niks van’, leg ik hem uit. Ik zie hem even nadenken en dan pakt hij de pil van mijn handpalm af. Zonder verdere problemen doet hij de pil in zijn mond en slikt deze door.

Het gesprek met de psychiater is afgerond. Er wordt een machtiging bij de rechter aangevraagd voor een gedwongen opname, omdat hij weigert om opgenomen te worden. We kiezen ervoor om hem dit bewust niet te vertellen, om verdere escalatie te voorkomen. De psychiater neemt afscheid en krijgt geen hand van de man. Als ik afscheid wil nemen, kijkt hij me verbaasd aan. ‘Als dat van u mag dan…’, zeg ik vragend. Hij kijkt me vriendelijk aan en zegt: ‘nou liever niet, maar ik kan je vast niet hier houden’. Ik lach en zeg dat ik binnenkort weer bij hem terug zal komen. Hierop geef ik hem een hand, die hij lachend schudt.

Het verbaast me hoe hij op mijn reageert. Het lijkt of hij me volledig vertrouwt. Het liefste zou ik de rest van de week bij hem blijven, om zijn vrouw te beschermen en om hem zorg te kunnen bieden. Tot opname mogelijk is. Helaas werkt het niet zo en verlaat ik, lichtelijk machteloos, het huis. De familie bedankt me hartelijk en wenst me fijne feestdagen. Ik wens hen hetzelfde, wetende dat ze een aantal hele zware weken staat te wachten….

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: