Skip to content

‘Een fijner gevoel’

Haar man was pas enkele weken opgenomen in het verpleeghuis. Na de opname, die wat stroef en met spoed geregeld was, had ik nog twee keer contact met haar gehad. Enerzijds om te peilen hoe het met haar man was, anderzijds om te beoordelen hoe het met haar ging. De laatste paar weken thuis waren heftig voor het echtpaar. De dementie van haar man leek met de dag erger te worden. Hij begon te dwalen en zich midden in de nacht aan te kleden om te gaan ontbijten. Voor haar was het extra zwaar: naast de 24-uurs zorg voor haar man, kwam ze zelf amper aan slaap en rust toe. De thuiszorg was betrokken op een aantal momenten per dag, maar kon ook niet de hele dag of nacht aanwezig zijn om hem te begeleiden. De drie kinderen van het echtpaar bleven om beurten regelmatig slapen, maar omdat zij ook een eigen gezin en baan hadden, was dit niet iedere dag mogelijk.

Midden in de nacht van maandag op dinsdag was het moment daar. Hij viel. Midden in de nacht. Zij springt uit bed om hem omhoog te helpen. In plaats van hem omhoog te helpen, trekt hij haar per ongeluk ook naar de grond. De telefoon ligt buiten handbereik en de alarmering ligt beneden. Zij beseft dat ze geen kant op kunnen en trekt een deken van het bed af, zodat ze warm kunnen liggen. Omhoog komen lukt niet meer.

De volgende ochtend worden ze gevonden door de thuiszorg. Allebei emotioneel, maar zonder grote verwondingen. Ik plan dezelfde dag nog een gesprek in met de huisarts, de kinderen en het echtpaar. Het kan zo niet langer. Er moet vandaag nog iets veranderen. De vrouw tegenover me begint te huilen, maar is het met me eens. Ze wordt getroost door haar kinderen, terwijl ik met de huisarts overleg over het inschakelen van de crisisdienst. Hij belt. Een uur later komt de psychiater van dienst samen met de gespecialiseerd psychiatrisch verpleegkundige binnen. Na een kort gesprek wordt ook voor hen duidelijk dat thuiswonen geen optie meer is, en dat er meteen geschakeld moet worden. De volgende dag komt er een crisisplaats vrij. Een zoon zegt toe te blijven slapen, om zo zijn ouders te ondersteunen in de nacht.

De dag erna is de opname: ik geef een mondelinge en schriftelijke overdracht aan de afdeling waar de man naartoe gaat en zorg dat ze de juiste spullen meenemen. Een flinke tas met spullen gaat mee, van kleding en een tandenborstel tot een fotolijstje met de trouwfoto.

Nu ik haar weer spreek, vertelt ze hoe het gaat. Haar man is goed gewend op de afdeling en lijkt het goed naar zijn zin te hebben. Met haar gaat het redelijk. In het begin was het erg wennen dat haar man er niet meer was. Ze was dankbaar voor de zorg, maar verveelde zich ook thuis. Ze was wel weer begonnen met het onderhouden van de tuin, waar ze voorheen niet aan toe kwam. Daarnaast ging ze dagelijks op bezoek bij haar man. Het voelde niet meer alsof ze continu voor hem moest zorgen, maar nu alsof ze echt voor hem op bezoek kwam. ‘Een fijner gevoel’, al zegt ze zelf. En ze geeft toe: het was echt nodig.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg. 

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: