Skip to content

‘Heb ik niet te vroeg gealarmeerd?’

Het is weekend. Meestal betekend dit een rustige dienst, met niet teveel bijzonderheden. Zo begon ook deze zaterdagochtend. De zorg was zoals altijd. Het leuke is wel dat in het weekend de mensen meestal wat vrolijker zijn. Er staan leuke afspraken op de agenda en vaak komt familie op bezoek. Hierdoor is de stemming vaak al wat positiever dan doordeweeks.

Het is rustig geweest in de ochtend. Tussen de middag bel ik voor een client met de huisartsenpost, om medicatie te bestellen die de client kwijt is geraakt. Terwijl ik met de huisartsenpost in gesprek ben, belt de alarmcentrale van de personenalarmering me. Ik kan niet opnemen, dus ik laat de telefoon overgaan. Na het gesprek met de huisartsenpost, bel ik terug. De centralist meldt me welke client er op het alarm heeft gedrukt, maar ze kan me niet vertellen wat er aan de hand is. Ik ken de client en weet dat het een man is die met enige regelmaat valt. Hierdoor ben ik erop voorbereid dat hij ook nu gevallen is en rij ik, in een wat hoger tempo dan normaal, naar het opgegeven adres. Ruim tien minuten later kom ik aan bij het adres. Ik kijk door het raam naar binnen, maar zie niks bijzonders. Met de sleutel uit het sleutelkluisje naast de deur, ga ik naar binnen. Ik roep dat ik binnenkom en ik hoor hem vanuit de slaapkamer terugroepen. Hij zit op de rand van het bed en oogt ziek. Hij geeft aan pijn op de borst te hebben en benauwd te zijn. Ik hoor een reutelende en zware ademhaling, ik zie dat hij zweet en aan zijn houding is te zien dat hij pijn heeft. Daarnaast vertelt hij dat hij misselijk is. Vanmorgen ben ik nog bij hem geweest en was er niks aan de hand. Nu is de situatie totaal anders.

De alarmcentrale heeft inmiddels al contact opgenomen met de huisartsenpost, die een ambulance hebben gebeld voor de man. Via het alarmsysteem hoor ik van de centralist dat de ambulance met spoed onderweg is. Ondertussen geeft de man aan dat hij moet braken. Ik begeleid hem snel naar de wastafel. Gelukkig blijft het bij misselijkheid en braakt hij toch niet. Ik zet hem neer op een stoel voor de wastafel, voor als hij toch nog gaat braken. Ik trek zijn trui uit en probeer zijn bloeddruk te meten. De batterij van de bloeddrukmeter is leeg. Zal je natuurlijk net zien. Dan heb je ‘m eens een keer echt hard nodig, werkt het niet. Ik voel zijn hartslag in zijn hals en aan zijn pols. Ik voel een onregelmatige, snelle hartslag. Ondanks alle alarmsignalen en aanwijzingen dat het goed mis is, blijf ik rustig naar hem toe. Ik stel hem gerust en we doen samen ademhalingsoefeningen. Zijn ademhaling wordt hierdoor rustiger. Ik doe de voordeur vast open en hoor de sirene van de ambulance steeds dichterbij komen. Een minuut of twee later stopt de ambulance voor de deur.

De man wordt op de brancard gelegd en er wordt een hartflimpje gemaakt. Hieruit blijkt dat er een ritmestoornis aanwezig is, waarbij er mogelijk ook een slagader in het hart verstopt zit. De man krijgt een bloedverdunner en een infuus, voor de zekerheid. Hij gaat mee naar het ziekenhuis. Ik informeer zijn familie en zij vertrekken ook richting het ziekenhuis. De ambulance rijdt zonder sirene aan de straat uit.

Diezelfde avond bel ik nog met de familie om te horen hoe het met hem gaat. Er zijn bij hem ondertussen verschillende onderzoeken gedaan, waar niet veel nieuws uitkwam. Gelukkig maar. Op de achtergrond hoor ik de man zeggen dat hij niet had moeten alarmeren. Ik zeg tegen zijn dochter dat ze hem op het hart mag drukken dat hij hier zeker goed aan heeft gedaan om te alarmeren.

 

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: