Skip to content

‘Het bed moet leeg’

‘Gisteren was nog onduidelijk wanneer mevrouw naar huis zou komen, maar dat wordt vanmiddag’, zegt mijn collega. Vanuit het ziekenhuis naar huis op vrijdagmiddag, het is bij ons inmiddels meer regel dan uitzondering. Ze zou begin van de middag al thuis zijn. Samen met een collega rijd ik naar haar huis. De schoondochter is ook aanwezig en laat ons binnen: ‘fijn dat jullie er zijn, ze is net alweer gevallen’, vertelt de schoondochter. Even daarvoor had ze haar schoonmoeder op de grond aangetroffen toen ze even naar de buren op en neer was gelopen. Haar schoonmoeder moest naar het toilet en was vergeten dat ze een katheter had, waardoor ze gewoon kon blijven zitten.

In de woonkamer zit mevrouw in haar vaste stoel in de hoek van de kamer. De kleine woonkamer zit vol met buren, die zich stuk voor stuk zorgen maken om haar. Als ik vraag hoe het met haar gaat, schud ze kort haar hoofd en zucht een keer. Niet zo goed, maak ik hieruit op. We praten over hoe het in het ziekenhuis was geweest en tijdens het gesprek valt me op dat ze regelmatig zaken door elkaar haalt en een aantal dingen vergeten is. Dit ben ik niet gewend van de altijd pientere vrouw. Ik neem een vragenlijst af, waaruit blijkt dat ze vermoedelijk een delier heeft. Daarna laat ik haar een stukje lopen. Dit ging voorheen al niet fantastisch, maar nu was haar loopfunctie al helemaal slecht. Ik besluit de huisarts te bellen voor overleg, zo wil ik namelijk niet aan het weekend beginnen. De huisarts komt direct langs en is het met me eens: deze vrouw is te vroeg naar huis gestuurd en heeft meer zorg nodig dan we in de thuissituatie kunnen bieden.

We leggen samen aan de vrouw uit dat we het niet verantwoord vinden om haar thuis te houden, waarop ik haar zoon bel om te vragen of hij haar terug naar het ziekenhuis kan brengen. De zoon gaat akkoord en geeft aan een kwartier later met haar naar het ziekenhuis te vertrekken. De arts heeft ondertussen contact gehad met de behandelend arts in het ziekenhuis en die geeft groen licht voor terugkeer naar het ziekenhuis, op voorwaarde dat we op zoek gaan naar een tijdelijke kamer in het verpleeghuis vanaf de maandag na het weekend.

Eenmaal terug op kantoor, reserveer ik de kamer in het verpleeghuis in het dorp, waardoor we zeker weten dat ze na het weekend overgeplaatst kan worden vanuit het ziekenhuis naar het verpleeghuis. Dan belt de behandelend arts uit het ziekenhuis: er blijkt geen plaats te zijn voor de vrouw en ze moet eerst een aanvraagformulier van de huisarts hebben, waarop staat dat de vrouw sowieso maandag weg kan uit het ziekenhuis. Ik geef aan dat dit op vrijdagmiddag, inmiddels half vijf, niet meer gaat lukken en dat de vrouw inmiddels al onderweg is naar het ziekenhuis. ‘We regelen de administratie later wel, als je ervoor wilt zorgen dat mevrouw in ieder geval terecht kan bij jullie’, zeg ik. De arts weet niet goed wat ze moet doen: ze kan niet zomaar een ‘bed’ weggeven en twijfelt of het wel echt nodig is dat de vrouw terugkomt naar het ziekenhuis. Ik verzeker haar dat zowel de huisarts als ik het niet verantwoord vinden om haar dit weekend thuis te laten, waarop we tot de afspraak komen dat ze toch een plek zal krijgen in het ziekenhuis voor het weekend.

Maandag word ik gebeld: of de plek in het verpleeghuis al geregeld is, want het ‘bed’ in het ziekenhuis moet leeg. De kamer in het verpleeghuis wordt inmiddels gereed gemaakt en een dag later is ze welkom in het verpleeghuis. De dienstdoende arts in het verpleeghuis geeft aan dat vanuit het ziekenhuis werd aangegeven dat het een kortdurende opname zal worden, maar dat ze, nu ze hem ziet, toch inschat dat het niet gaat lukken om binnen enkele weken weer terug naar huis te kunnen.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: