Skip to content

‘Het zal niet deze maand zijn, maar waarschijnlijk wel binnen drie maanden’

Deel 1:

Zijn dochter belde me op, ze wilde graag overleggen over de mogelijkheden tot thuiszorg voor haar vader. De thuiszorgorganisatie die op dat moment betrokken was, kon niet de zorg leveren die nodig was. De verwachting was dat de zorgvraag steeds verder zou toenemen. Hij is gediagnostiseerd met dementie in combinatie met kanker. Door de ene ziekte, vergat hij de andere. Over de dood was met hem niet te praten. Dit wilde hij niet, ook niet met zijn vrouw of kinderen. In het intakegesprek spraken we af de zorg langzaam op te gaan bouwen. Zijn vrouw leverde op dat moment nog een groot deel van de zorg, maar dit werd haar teveel. Hij wilde graag dat zijn vrouw de zorg bij hem uitvoerde. Zij durfde geen nee te zeggen en was daardoor overbelast geraakt.

De thuiszorg werd in enkele weken opgebouwd tot twee keer per dag; in de ochtend en in de avond. ‘Meneer was uitbehandeld’ en werd door de oncoloog terug verwezen naar de huisarts voor de inzet van palliatieve zorg. De huisarts besprak met het echtpaar de mogelijkheden om thuis te blijven wonen. Er werd afgesproken een bed in de woonkamer te plaatsen, zodat hij overdag ook even kon gaan liggen. Sterker nog: de huisarts voegde daad bij het woord en vroeg om een schroevendraaier. Enkele minuten later sjouwde ze, samen met de dochter, het bed vanuit de slaapkamer de trap af.

Ondanks de inzet van de huisarts, de ingeroepen individuele begeleiding, huishoudelijke hulp, thuiszorg en mantelzorgers, nam de zorgvraag toe. De belasting van zijn vrouw werd meer en meer. Hij riep in de nacht regelmatig om zijn vrouw, met als gevolg dat zijn vrouw niet meer sliep ’s nachts. Ik kaart het probleem aan bij de huisarts en vraag haar naar een levensverwachting. Samen beoordelen we de man aan de hand van alle beschikbare bloeduitslagen en vitale waarden. Het is niet duidelijk wat de levensverwachting nog zal zijn, maar we geven hem niet lang meer. ‘Het zal niet deze maand zijn, maar waarschijnlijk wel binnen drie maanden’, vat de huisarts samen. De laatste drie maanden zijn aangebroken, en de huisarts tekent een verklaring waarin staat dat hij terminaal is. Hierdoor kan de thuiszorg direct worden opgeschaald. Vanaf die nacht waakt er iedere nacht een collega aan het bed van de man. Ook de zorg overdag wordt uitgebreid. Iedere vier-vijf uur komt de thuiszorg. Om medicatie te geven zodat hij rustig blijft, om hem te ondersteunen met de transfer naar het toilet, om hem te draaien in bed. Net wat nodig is om hem comfortabel te maken. Het effect van deze acties is direct zichtbaar: de onrust bij meneer neemt af en mevrouw kan ’s nachts weer slapen. Het is wel erg wennen voor ze. Het huis vol met zorgverleners, familie loopt de deur plat en de slaapkamer van boven naar beneden verplaatst. Nog steeds wordt er niet gepraat over het naderende einde.

Na een maand gaat het opeens hard. Hij komt niet meer zelfstandig uit bed, en slaapt voornamelijk. ’s Nachts wordt middels een pomp continu slaapmedicatie toegediend, waardoor hij goed kan slapen. Hij oogt rustig en comfortabel, alleen denkt hij steeds aandrang te voelen om te plassen. Wanneer we hem op de po-stoel naast het bed laten plaatsnemen, blijft er keer op keer niks meer te komen. We tillen hem met z’n tweeën weer in bed en nog voordat we hem goed hebben ondergestopt, herhaalt dit patroon zich weer. Als wij er niet zijn, is er familie. De hele dag en nacht.

Het is zaterdagavond. Ik heb van de huisarts de opdracht gekregen om vanavond samen met een collega het slaapmiddel weer toe te dienen. Als ik binnenkom, geeft de dochter aan dat haar vader niet meer wakker is geworden vandaag. Hij ademt snel en diep. Ik kijk mijn collega aan en het is duidelijk dat we hetzelfde denken: dit gaat geen dag meer duren. Ik besluit de huisarts te bellen en te vragen of ze akkoord is met het stoppen van het slaapmiddel, omdat hij uit zichzelf al slaapt. De huisarts is akkoord en geeft aan de volgende ochtend te komen kijken. In haar vrije weekend. Samen met mijn collega praat ik met zijn vrouw en kinderen. We bespreken het levenseinde. Ze hebben veel vragen over wat ze kunnen verwachten in de komende 24 uur, Wij geven uitleg. Met de huisarts zijn afspraken gemaakt over wat te doen bij complicaties, wanneer hij onrustig wordt, of dreigt te stikken. We, familie en thuiszorg, zijn voorbereid op het einde.

Het einde laat niet lang op zich wachten. Vijf uur na het laatste bezoek door de thuiszorg, overlijdt hij. Omringd door familie, zonder complicaties. De collega van de nachtdienst vangt hen op en praat met ze over de impact van het verlies. Hierna helpt familie de man nog een laatste keer te wassen en netjes in bed te leggen. De laatste groet aan vader.

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

Foto: © Natasja de Vries

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: