Skip to content

‘Ik ben palliatief, nog niet terminaal’

‘Ik ben palliatief, nog niet terminaal’, zei ze door de telefoon. Oke, ze zal dus vermoedelijk binnen een jaar overlijden, maar nog niet binnen drie maanden. Ik belde om een afspraak te maken voor een huisbezoek. De huisarts had aangegeven dat hij wilde dat er zo snel mogelijk een wijkverpleegkundige langs kwam bij de vrouw. Ze woont samen met haar partner, die flink wordt belast door de toenemende zorgvraag van haar. Zij heeft hartproblemen. Hierdoor is ze bij iedere stap of beweging benauwd. Tijdens het telefoongesprek vertelt ze dat ze verwacht binnen afzienbare tijd volledig in bed te moeten blijven en niet meer uit bed te kunnen komen. Ze is in de afgelopen paar jaar flink afgevallen en eet of drinkt nog maar nauwelijks.

Ik bel aan en een magere, gebogen vrouw doet de deur voor me open. Ze begroet me vriendelijk en geeft me een hand. ‘Kom binnen, kom binnen’, zegt ze. Ik loop de woonkamer in en ze wijst me een stoel. Ze komt schuin naast me zitten en ik zie direct dat ze even moet bijkomen van de vijf meter lopen. Haar man schuift ook aan. We praten over haar ziektebeeld, over de levensverwachting en over wat ze in haar leven allemaal heeft meegemaakt. Ze antwoordt openhartig op alle vragen die ik stel. Ik vraag haar naar wat ze nog wil in zijn leven. We hebben het over de naderende dood. Of ze nog thuis wil blijven, of liever ergens anders wil overlijden. We praten over de mogelijkheden die de thuiszorg kan bieden en over wat haar man nog zou kunnen doen.

Daarnaast geef ik het echtpaar advies over aanpassingen in het huis, om het zo comfortabel en veilig mogelijk te maken. Ze wil graag beneden in de woonkamer een bed, maar had nog niet nagedacht over andere hulpmiddelen die in huis nodig zullen zijn. Al snel komen we tot een lijstje: een postoel, een ziekenhuisbed met speciaal matras en een glijzeil voor op bed. Ik bied aan om de hulpmiddelen alvast voor hen te bestellen, maar dat wil het echtpaar nog niet. ‘Nu gaat het nog’, vertelt haar man. Thuiszorg is op dit moment ook nog niet nodig, en niet gewenst. Pas wanneer ze echt op bed komt te liggen, willen ze thuiszorg. Ik heb bewondering voor hoe het echtpaar praat over de dood en over de prognose. Nog meer bewondering heb ik voor hoe zij het samen nu nog redden, terwijl ik zie dat de vrouw veel hulp nodig heeft. Ze redden het samen, ondanks een hoge leeftijd en een grote zorgvraag.

Bij het afscheid spreken we af dat ze mij direct bellen als het slechter gaat en ze niet meer uit bed kan komen. In mijn agenda noteer ik dat ik ze een week later sowieso even bel om te vragen hoe het gaat. Als ik in mijn auto stap denk ik na over het gesprek. Een gesprek over een zwaar onderwerp, maar wel een gesprek met meer een lach dan een traan.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: