Skip to content

‘Ik ga je missen’

Er komt bij het team een aanmelding binnen van een nieuwe zorgvrager. Het blijkt te gaan om een man op leeftijd die niet lang meer te leven zal hebben. Als wijkverpleegkundige leg ik, samen met de stagiaire HBO-V van het team, contact met de huisarts en familie van de man. We maken gezamenlijk een afspraak voor het opstellen van een plan van aanpak bij de man thuis. De dochter van de man werkt in de zorg en heeft er al voor gezorgd dat hij comfortabel in een bed midden in de kamer van de grote woonboerderij ligt. Tijdens het gesprek geeft hij aan niet bang te zijn voor de dood, maar wel bang is om te stikken. De aanwezige familie vertelt me dat hij twee dagen eerder nog met zijn auto door het dorp reed en nog normaal mobiel was. Echter heeft de kanker nu een weg door zijn lichaam gebaand en is neergestreken in verschillende organen, waardoor de ziekte sterk progressief aanwezig is. Het blijkt dat hij sinds een dag eerder niet meer uit bed kan komen. De huisarts heeft tegen de sterk aanwezige pijn morfine voorgeschreven via de medicatiepomp. Hier komt de thuiszorg in beeld; de zorg neemt de dochter volledig voor haar rekening, de pomp en medicatie tegen de pijn en benauwdheid wordt door de thuiszorg verzorgd. Een goede afstemming in taken is van groot belang, evenals het monitoren van de belasting van de mantelzorger. De huisarts geeft me zijn prive telefoonnummer, zodat ik hem dag en nacht kan bereiken als er iets verandert.

De medicatiepomp wordt nog dezelfde dag aangesloten, waardoor de pijn afneemt en de man rustig in bed ligt. De aanpak van de huisarts lijkt goed te werken. Een paar dagen later word ik gebeld door de dochter van de man; hij is erg onrustig en wil, tegen zijn eigen mogelijkheden in, continu uit bed komen. Op de achtergrond hoor ik hem kreunen. Ik trap het gaspedaal van mijn auto wat dieper in dan normaal en ben al snel bij de man aanwezig. Er is duidelijk sprake van het fenomeen ‘terminale onrust’, een vorm van acute verwardheid in de laatste fase van het leven. Ik bel de huisarts om palliatieve sedatie voor te leggen. De huisarts is het hier mee eens en geeft aan meteen te komen. Wanneer de huisarts de eerste dosis slaapmedicatie toedient, zegt hij tegen de man: ‘ik ga je missen’, terwijl ik zie dat de huisarts tranen in zijn ogen heeft. De intense band tussen deze twee mensen is bewonderenswaardig. Nooit eerder heb ik een arts zo innig afscheid zien nemen van een patiënt.

De palliatieve sedatie wordt opgestart en dezelfde avond wordt de dosis medicatie nog twee maal opgehoogd, waarna een stabiele spiegel wordt bereikt. De volgende ochtend slaapt de man rustig in, zonder onrust, zonder pijn en nog belangrijker: zonder te stikken.

 

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de thuiszorg? Super, je bent altijd van harte welkom!

Neem eens een kijkje bij op website met de actuele vacatures in de mooiste en meest huiselijke sfeer van Brabant: werken in de (thuis)zorg.

© Natasja de Vries

6 Comments Post a comment
  1. Hanneke vdH #

    Mooi geschreven Jelle! Goed om te lezen dat dit werk zo goed bij je past. Mooi vak (:

    11 juni 2018
  2. Helmuth #

    Nog een keertje geprobeerd; Is het door je betrokkenheid bij deze mensen het voor jezelf niet erg moeilijk?

    12 juni 2018
    • Hoi Helmuth, zeker, sommige mensen en verhalen grijpen je als zorgverlener erg aan. Gelukkig heb ik fijne collega’s waarmee ik mijn eigen emoties en gedachten kan delen en hierdoor kan relativeren! En wat men zegt, is waar: alles went op den duur…. Groet, Jelle

      12 juni 2018
  3. Margo van Ardenne #

    Mooi geschreven Jelle!
    Succes met je mooie werk

    12 juni 2018
  4. Theo Marcelis #

    Ik denk, dat het nooit went! En dat is ook het mooie van je beroep/roeping: zorg ervoor, dat het nooit went, maar dat je je steeds blijft verwonderen! Het is goed, dat je iets kunt betekenen voor mensen op momenten, dat ze het nodig hebt. Keep up the good work!

    20 juni 2018

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: