Skip to content

‘Ik ga terug!’

‘Ik ga terug!’. Ze belt me op en vertelt het alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Ze wilde niet meer in dit huis blijven wonen, maar terug naar haar vorige huis. Het huis, dat allang verkocht is door haar kinderen met goedkeuren van haar, waarvan ze is vergeten dat ze er echt niet meer alleen kon wonen. Door haar beperkte ziekte-inzicht zag ze niet in dat het ‘thuis’ niet meer ging. Het gas was afgesloten voor de veiligheid, de sleutels van de auto waren afgepakt om te voorkomen dat ze haar zoveelste ongeluk zou maken en ze had bij de notaris een handtekening gezet voor de verkoop van haar huis. Daarnaast vertelt ze me dat ze op papier nog steeds samen is met haar man, ze heeft er een advocaat op gezet. Haar man, van wie ze 35 jaar geleden gescheiden is, weet nog van niks, is haar verhaal.

Een half uur later belt ze opnieuw en ze vertelt weer dat ze terug gaat. Als ik haar vraag hoe ze dit gaat regelen, vraagt ze me of ik haar kinderen wil overtuigen. Ik probeer haar te overtuigen dat het beter is om nog even te blijven, zeker omdat er nog een aantal afspraken op de kalender staan die ze niet kan missen. Hierop besluit ze toch maar om nog even hier te blijven. Ik geef aan dat ik dit een prima plan vind en dat ik de volgende dag bij haar langs kom.

De volgende ochtend word ik gebeld door de huisarts. De assistente is die ochtend al vier keer op de spoed-lijn gebeld, omdat mevrouw graag een huisarts wil zien. De arts kan me niet precies vertellen wat haar klachten zijn. Het was nogal een onsamenhangend verhaal. Hij vraagt me of ik denk dat er een arts nodig is. Ik geef aan dat ik eerst zelf even langs zal gaan om de situatie in te schatten.

Als ik bij haar huis aan kom, staat ze me buiten al op te wachten. ‘Ik bewaak het huis van de buren, kijk, ze hebben zomaar de voordeur open laten staan!’, zegt ze. Als ik voorstel om de deur dicht te doen en bij haar eigen huis naar binnen te gaan, stemt ze in. Ik vraag wat er aan de hand is en ze vertelt haar verhaal. Ze blijkt hoofdpijn te hebben en geen paracetamol meer in huis te hebben. Ik loop samen met haar naar mijn auto en haal een strip paracetamol tevoorschijn. Ze is er intens gelukkig mee en geeft me meteen een knuffel. Daarna vraagt ze wat ze me verschuldigd is en of ik iets van haar wil aannemen. Ze vist direct haar portemonnee uit haar handtas. Ik leg haar uit dat ik niks van haar ga aannemen, omdat ik gewoon mijn werk doe. Ze blijft enigszins teleurgesteld staan. Ik geef aan dat ik het erg graag doe, als ik haar ermee kan helpen. Hier is ze het wel mee eens en ze bedankt me nogmaals, voordat ik afscheid neem van haar.

Ik bel de huisarts met een terugkoppeling en hij geeft aan erg blij te zijn met onze samenwerking. Ik deel zijn mening. De samenwerking binnen de eerstelijns zorg tussen de huisarts en de thuiszorg/wijkverpleegkundige wordt regelmatig onderschat. Het kan een verschil maken qua werkdruk, maar voornamelijk het gevoel er samen voor te staan. Bovendien helpen we elkaar regelmatig vooruit met input van beide kanten, we vullen elkaar aan. We werken samen aan betere zorg en aan het beste voor de cliënten in de wijk.

Na enkele weken in haar huis, begint ze te wennen en geeft minder vaak aan terug te willen. Een multidisciplinair team is op zoek naar een geschikte locatie voor haar, waar ze haar oude dag kan slijten.

 

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super, je bent altijd van harte welkom!

Neem eens een kijkje bij op website met de actuele vacatures in de mooiste en meest huiselijke sfeer van Brabant: werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: