Skip to content

‘Ik heb longkanker!’

Dag 1: In de hoek van de kamer staat een grote luie stoel, met de voetsteun omhoog en de rugleuning achterover. De vrouw erin weegt nog zo’n 45 kilogram. Ze eet een half kopje soep en drinkt nog maar een glas of drie per dag. Het is al enkele weken rond de 30 graden Celcius, maar ze heeft geen last van de warmte. Ze geeft aan geen pijn te hebben en niet benauwd te zijn. Wel is ze moe, heel moe, en hoest ze bloed op.

Het is de eerste keer in haar leven dat ze thuiszorg zal gaan krijgen en ik vraag haar wat ze daarvan vindt. Ze geeft aan dat ze daarin niet veel te willen heeft en dat ze het niet erg vindt. Ik loop de trap op, zij volgt met de traplift. Ik help haar met uitkleden om haar daarna te ondersteunen met douchen. Na het douchen neemt ze plaats op het krukje in de hoek van de badkamer en het gesprek krijgt een serieuze wending. Ik twijfel over de mate waarin ze nog inzicht heeft in haar ziekte en ik vraag haar wat ze heeft. ‘Ik heb longkanker!’, zegt ze met een brede glimlach op haar gezicht. De glimlach vind ik bijzonder in deze context, dus ik vraag haar of ze denkt nog lang te zullen leven; ‘nee, het gaat bijna niet meer’, zegt ze resoluut. Na een korte stilte gaat het gesprek verder over wat ze nog zou willen in haar leven, van wie ze afscheid wil nemen en waar ze het liefst zou willen sterven. Thuis, het liefst in de woonkamer voor het raam, in haar stoel.

Dag 2: De situatie verslechtert snel. De grote stoel wordt ingeruild voor een bed. De doorligwond op haar stuit is verergerd. Ze zegt geen pijn te hebben, maar haar partner is van mening dat er wel degelijk sprake is van pijn: ze schuift op en neer in bed, heeft een grimas op haar gezicht en oogt niet comfortabel. In overleg met de arts starten we met paracetamol om de acht uur, om een stabiele spiegel op te bouwen. Dit helpt, ze lijkt zich beter te voelen. Ze is niet benauwd en ook niet misselijk, daarnaast komt ze nog scherp uit de hoek. Gelukkig, de meest voorkomende symptomen in de laatste levensfase zijn onder controle. Wel heeft ze een droge mond en ik beveel een speciaal soort gel aan tegen de droogheid.

Dag 3: Ondanks dat het een sterke vrouw is, zie ik ook dat ze blij is met de steun van de thuiszorg. Haar zoon vertelt me dat haar moeder vreemd opkeek toen een collega een dag eerder de zorg kwam leveren in plaats van ik; ‘Jelle is ook wel eens een dag vrij’, had hij gezegd, maar dat beviel haar blijkbaar niet erg goed, vertelt hij aan me. Ik voel dat ik een klik heb met deze vrouw en ik bewonder haar wilskracht. We lachen samen en ik luister naar wat ze me wil vertellen. Ik kan iets voor haar doen, iets betekenen. Alles wat ik belangrijk vind qua zorgverlening, kan ik hier toepassen. Dit is waarom ik verpleegkundige ben geworden.

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super, je bent altijd van harte welkom!

Neem eens een kijkje bij op website met de actuele vacatures in de mooiste en meest huiselijke sfeer van Brabant: werken in de (thuis)zorg.

 

Foto: © Natasja de Vries

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: