‘Ik vind het lastig voor de familie’

Published by jellereijngoudt on

In het donker loop ik bij haar naar binnen. Ze ligt nog in bed en ik hoor haar rustige ademhaling. Ik zet de lamp in de woonkamer aan. De lamp geeft dezelfde hoeveelheid licht als een gemiddeld waxinelichtje, waardoor het eigenlijk nauwelijks lichter wordt. Ik spreek haar aan met haar voornaam en raak haar arm aan. Ze wordt wakker en begint te hoesten.

Het is een vrouw van de dag. We weten nooit zeker hoe we haar zullen aantreffen en ze zal eerder de dokter afbellen dan om hulp vragen. De benauwdheid neemt de laatste tijd steeds meer toe. Dat past ook wel bij het beeld: longkanker, COPD en een frequent roker. Alles bij elkaar opgeteld is het dus ook zeker niet bijzonder dat ze benauwd is. Haar leefstijl is al jaren verre van gezond. De kleine woonkamer, waar ze ook slaapt, staat vrijwel de hele dag blauw van de rook. In de keuken staat de afwas tot aan de hangende keukenkastjes opgestapeld. De prullenbak puilt uit en de wasbak is vies. Ze beweegt amper nog zelf, de scootmobiel en haar rolstoel zijn haar beste vrienden geworden.

Als ze uitgehoest is, reik ik haar een puffer aan. Na te hebben gepuft en een slokje water te hebben gedronken, pakt ze haar pakje sigaretten en steekt er eentje op. Ik schud lachend mijn hoofd en zeg haar dat ze onverbeterlijk is. Ik help haar met wassen, op bed, en reik haar schone kleren aan. We praten niet veel tijdens de zorg, ze is niet zo van het praten terwijl we bezig zijn. Als ze aangekleed uit bed komt, vertelt ze dat ze een onderzoek krijgt in het ziekenhuis; om te zien of de kanker is uitgezaaid. Eigenlijk weten we het antwoord al wel. Ze is de laatste maanden enorm veel afgevallen en ziet steeds grauwer. Ik vraag haar of ze het wel wil weten, waarop ze zegt dat het haar niet zoveel uit maakt. Het is wel makkelijk om te weten, omdat aan de hand van de uitzaaiingen een beter beeld geschetst kan worden van de prognose en de levensverwachting. Aan de andere kant: wat niet weet, wat niet deert. Een lastige keuze, die ze gedwee over zich heen laat komen.

Een paar weken later blijkt dat de kanker inderdaad is uitgezaaid. Vrijwel in alle organen zijn sporen en plekjes ontdekt. Ze weet dat ze niet lang meer te leven heeft. Als we vragen naar haar wensen, haalt ze vrij snel haar schouders op. Het maakt eigenlijk niet zoveel meer uit voor haar. ‘Ik vind het lastig voor de familie’, zegt ze, als ik vraag wat de diagnose met haar doet. Ze vertelt dat het voor haar allemaal niet meer zo hoeft, dat ze een mooi leven heeft gehad en dat het wel goed is zo. Echter vindt ze het moeilijk om te zien dat haar familie verdriet heeft. Daarnaast weet ze dat haar familie nog veel meer verdriet zal hebben als ze er niet meer zal zijn.

Een week later overlijdt ze. Rustig, in haar slaap, zonder dat er iemand direct aanwezig is. Ik vind haar ‘s morgens en laat de familie weten dat ze is overleden. In eerste instantie reageren ze emotioneel en verdrietig, daarna geeft ook de familie aan dat het goed geweest is zo. Ze is in haar slaap overleden, zonder pijn en zonder benauwdheid, iets wat je eigenlijk iedereen wel gunt.

 

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg


0 Comments

Leave a Reply

%d bloggers like this: