Skip to content

‘Ik was zo bang…’

De griep heerste al een tijdje. Zelf had ik de griep dit jaar al gehad en na een paar dagen was ik weer op de been. Echter waren er ook een aantal clienten geveld door de griep. Zo ook een vrouw die nog samen met haar man woonde, aan de rand van het dorp. Allebei hadden ze griep. Hij lag boven in bed, zij beneden in een bed in de woonkamer. Het lukte haar niet goed om uit bed te komen. De griep had haar uitgeput, evenals het vele braken de afgelopen dagen. Inmiddels begon de medicatie tegen de misselijkheid goed te werken en ook de diarree werd langzaam minder. Echter was ze er nog niet goed bovenop, niet alleen fysiek, maar ook geestelijk had ze een flinke klap gehad.

Bij binnenkomst ligt ze nog in bed en doet haar ogen net open. Ze is niet in staat om uit bed te komen en om te douchen, zoals we normaliter wel dagelijks doen. Ze voelt zich ellendig en is bang, zie ik aan haar gezicht. Ik begin een gesprek en vraag door waar ze zo bang voor is. ‘Om dood te gaan’, zegt ze. In haar hoofd heeft ze haar hele uitvaart al gepland. Ze heeft zelfs al een collega in gedachten die haar, na haar dood, mag verzorgen. Ze is druk aan het nadenken over hoe het dan verder moet, met haar man en het huis. Ze maakt zich druk om haar kinderen en kleinkinderen, die ze nog zo graag wil zien opgroeien. Ze zegt dat het op is, dat ze niet meer kan. Inmiddels heeft ze bijna twee weken een flinke griep te pakken, maar ik zie langzaam verbetering optreden. Als ik haar dit vertel, gelooft ze me niet goed. Ik maak het concreter: ‘u bent minder misselijk, de diarree wordt minder, de koorts zakt en u kunt weer wat meer eten en drinken’, zeg ik. Oke, daar had ik dan wel gelijk in. Misschien valt het allemaal toch wel mee.

Een week later, kom ik weer bij haar. Als ik binnen kom, zit ze rustig in haar stoel te breien. Ze lacht als ze me ziet en pakt mijn hand vast. ‘Ik was zo bang’, zegt ze, ‘maar alles is toch goed gekomen!’. Ze kijkt er blij en trots tegelijk bij. Ik vertel haar dat ik haar ook nog niet kan missen, dus dat ze nog maar een tijdje moet blijven. Ze is het met me eens en lacht. Dan blik ik samen met haar terug op ons gesprek van een week eerder. Ik vraag me af of ze het er wel eens met haar kinderen over heeft gehad, wat ze rond haar uitvaart zou willen. Dit blijkt ze nog niet eerder te hebben besproken. Ze vindt het lastig om dit met haar kinderen te bespreken. Ik stel voor om al haar wensen op te schrijven, zodat ze het niet perse hoeft te vertellen, maar wel haar wensen kenbaar kan maken. Ze vindt het een goed idee en twee weken daarna vertelt ze trots dat ze alles op heeft geschreven. Ze heeft haar kinderen verteld dat ze haar wensen op papier heeft gezet en waar ze de brief heeft neergelegd, voor als het ooit nodig zal zijn. Haar kinderen geven aan het fijn te vinden dat ze nu weten wat moeder wil, zodat ze zich daar na het overlijden geen zorgen over hoeven te maken.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg. 

Klik op de banner!
No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: