Skip to content

‘Ik weet ook niet waar mijn vader is’

Het was begin lente, maar het voelde als een warme zomerdag. Met mijn zonnebril op loop ik naar de voordeur. Als ik aanbel, gebeurd er niks. Ik bel nog een keer. Het is niks voor hem, om niet open te doen. Met ‘hem’ doel ik op de 82-jarige man die midden in het dorp woont. Hij staat nog vol in het leven en is actief bij de plaatselijke koersbal-vereniging en gaat, als de zon schijnt, wekelijks naar het terras in het centrum. Gewoon, voor een drankje, en daarna gaat hij weer naar huis. En nu doet hij niet open. Hij weet dat we iedere dag rond deze tijd komen en is altijd thuis. Ik pak mijn iPad en toets het telefoonnummer uit zijn dossier in. In het huis hoor ik de telefoon rinkelen. Geen reactie. Ik bel zijn dochter, die tevens zijn eerste contactpersoon is. ‘Ik weet niet waar mijn vader is’, zegt ze geschrokken. Ze komt er direct aan, met de sleutel om naar binnen te gaan.

Enkele minuten later is de dochter gearriveerd. Ondertussen heb ik in het dossier opgezocht wat zijn wensen zijn: wel of niet reanimeren. Gelukkig vragen we dit iedere client bij het eerste of tweede gesprek; waardoor we altijd weten wat de client wil in een acute situatie. Zijn wens is om niet gereanimeerd te worden. Toch ga ik met enige adrenaline in mijn lichaam naar binnen. Wat zullen we gaan aantreffen? Is hij misschien gevallen? Of in diepe slaap?

Terwijl we allebei zijn naam roepen, loopt zijn dochter de trap op naar boven. In principe komt hij hier al jaren niet meer, maar je weet maar nooit. Ik zoek in de woonkamer, de slaapkamer, de keuken en in de tuin. Niks. In de hal tref ik de dochter en ook zij heeft hem niet aangetroffen. Het bed in de slaapkamer oogt onbeslapen. Er ligt een opgevouwen overhemd en een paar schone sokken op de stoel in de hoek.

Zijn dochter belt met haar zus. De twee zussen hebben nog vier andere zussen en twee broers. Haar zus weet ook niet waar hij is en ze hangt op. Binnen een minuut belt ze terug: ze weet waar hij is! Hij is bij een andere zus blijven slapen vannacht. Ik zucht een keer van opluchting en bedank haar dat ze is gekomen.

De volgende dag tref ik hem wel thuis aan. ‘Je hebt ons wel laten schrikken!’, zeg ik met een lach op mijn gezicht. Hij begint te lachen en zegt dat ik me nergens zorgen over hoef te maken: ‘onkruid vergaat niet!’.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super! 

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: