Skip to content

‘Ik wil niet oud worden…’

Het was een rustige, regenachtige zondagmiddag geweest. Ik had een middagdienst zonder stagiaires of collega’s. Het was zelfs zo rustig, dat ik na enkele uren begon te denken dat het misschien wel stilte voor de storm zou kunnen betekenen. In die uren had ik het kantoor opgeruimd, stageverslagen van feedback voorzien en een aantal zorgplannen bijgewerkt.

Rond kwart over vier, stapt mijn collega vrolijk het kantoor binnen. Ik rek me uit en zeg dat ik blij ben dat ze me komt aflossen. ‘Het was zo rustig vanmiddag…’, zeg ik. Nog voor ik verdere uitleg kan geven, gaat de telefoon. Ik herken het nummer: het is de centrale waar alle alarmen van de personenalarmering binnen komen. Mijn collega neemt de telefoon op en we krijgen een naam en adres door. Het adres verbaast me; dit is een client die over het algemeen niet alarmeert en zich vaak bezwaard voelt als ze hulp moet vragen.

Ik bied aan om mee te rijden voor de alarmopvolging, je weet immers nooit wat je aan gaat treffen. We rijden allebei in onze auto’s naar het opgegeven adres; een paar straten vanaf het kantoor. Ik ben net wat eerder en zoek in het dossier de code van de deur op. Samen gaan we naar binnen, waarbij we allebei niet goed weten wat ons te wachten zal staan. ‘Hallo! De thuiszorg is er!’, roept mijn collega bij binnenkomst. Het blijft stil. We lopen door de hal en ik kijk ondertussen links en rechts in de verschillende ruimtes. Ik zie haar nergens. Dan hoor ik mijn collega: ‘Och, mevrouw X…’ zeggen. Ik loop de woonkamer in en zie waarom ze dat zegt. De vrouw ligt op haar zij op de grond. In een plas bloed. Het enige dat ik hoor is een zacht gehuil en ze snikt: ‘help… help…’.

Snel geef ik mijn autosleutel aan mijn collega en vraag haar om mijn EHBO-tas uit de auto te halen. Ondertussen spreek ik de vrouw aan en probeer ik haar gerust te stellen. Na vier keer aanspreken en in haar gezichtsveld te gaan zitten, krijg ik nog niet de reactie die ik hoop te krijgen. Ik pak haar schouder vast en knijp een keer flink net onder het sleutelbeen. Gelukkig, ze kijkt me aan en herkent me. Als ik haar een aantal vragen stel om te testen of ze goed wakker is, blijkt dit het geval te zijn. Mijn collega is ondertussen terug met de tas, waar ik snel een paar handschoenen en wat gaasjes uit haal. Met een lampje schijn ik in haar ogen en test ik of ze mogelijk hersenletsel heeft opgelopen door de val. Er zijn geen afwijkingen te ontdekken. Mijn collega en ik proberen het bloeden zo goed mogelijk te stelpen en het bloed uit haar gezicht te poetsen. Daarna zetten we haar samen overeind. De volgende stap is om haar in de stoel te krijgen. Ze werkt gelukkig goed mee en binnen no-time zit ze weer in haar stoel. Het resultaat: een bloedneus, een paar forse blauwe plekken en een paar sneetjes op verschillende plaatsen op haar lichaam.

Als ze een beetje bekomen is van de schrik, biedt ze meerdere malen haar excuses aan. Mijn collega en ik reageren resoluut dat ze geen excuses hoeft te maken en dat ze perfect heeft gehandeld door op het alarm te drukken. En dan, net als ik denk dat ze wat rustiger wordt, begint ze te huilen en zegt: ‘ik wil niet oud worden…’. Mijn collega en ik weten niet wat we moeten zeggen.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super! 

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

Foto: © Natasja de Vries

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: