Skip to content

‘Ik zal het lijden van de zorgvrager verlichten’

Het begin van de nacht was rustig verlopen. Ze sliep rustig, haar man lag naast haar. Halverwege de nacht veranderde dat. Het slaapmiddel dat mijn collega haar de vorige avond had gegeven, werkte niet voldoende. Ze werd onrustig en ze wilde, over het bedhek heen, uit bed klimmen. Staan lukte haar al weken niet meer, laat staan lopen. Haar man pakte haar daarom stevig vast en probeerde haar zo goed en zo kwaad als het ging in bed te houden. Na een minuut of vijf werd ze rustiger en sliep ze verder.

Een paar uur later, inmiddels was de zon net op, werd ze weer onrustiger. Ze kreunde en riep wat onverstaanbare kreten. Haar man probeerde haar rustig te maken door op haar in te praten, maar dit had weinig effect. Hij pakte het briefje van het nachtkastje, waarop de huisarts haar privenummer had geschreven wat hij in geval van nood altijd mocht bellen. Hij belde en legde uit wat er aan de hand was. De huisarts kwam meteen: binnen tien minuten stond ze naast het bed van de vrouw. ‘Het gaat zo niet langer’, zei hij tegen de huisarts. De huisarts knikte instemmend en zocht in haar tas naar een slaapmiddel. Ze brak het ampul open en trok de vloeistof op in de spuit. Daarna diende ze het slaapmiddel toe bij de onrustige vrouw. Na enkele minuten werd de vrouw rustig. Ze was in een diepe rustige slaap. De huisarts belt me op en vraagt of ik het slaapmiddel continu wil toedienen via een pomp.

Het adres kwam me al bekend voor. Een half jaar eerder was ik hier ook al eens geweest. De vrouw werd namelijk door een ander team verzorgd. Ik bel aan de man doet open. Ik zie de tranen in zijn ogen. We praten over de situatie en over wat ik zal gaan doen bij zijn vrouw. Hij heeft bij een familielid al eens meegemaakt dat er een pomp werd aangesloten, waarna zijn familielid binnen een week overleed. Ik vertel hem dat ik met de handelingen die ik ga doen, de dood niet kan versnellen. Daarnaast voeg ik het meest treffende deel uit de eed toe, die ik twee jaar geleden tijdens mijn diploma-uitreiking trouw heb gezworen: ‘ik zal het lijden van de zorgvrager verlichten’. Dit is zeker niet de eerste keer dat dit deel van de eed van toepassing is op het werk wat ik doe, maar wel de eerste keer dat ik dit naar familie toe ook zo benoem. Hij kan het waarderen, lees ik af aan zijn gezicht.

Nadat ik de vrouw een injectie heb gegeven, sluit ik de pomp aan. Ze is in een diepe slaap en reageert niet meer als ik haar aanraak. De ademhaling is oppervlakkig. Ze ademt met haar mond open, waardoor ik zie dat haar mond behoorlijk droog is. Ik vraag aan de man of ik de tanden van zijn vrouw mag poetsen, zodat ze een wat frissere adem heeft en haar mond weer wat vochtiger wordt. Hij stemt in. Met enige moeite poets ik haar tanden, waarna ze er direct een stuk verzorgder uit ziet. Met een gaasje dep ik haar mondhoeken droog en ik smeer de lippen in met vaseline. Ik leg haar armen boven de deken, haar handen dichter bij elkaar. Ze ligt er vredig bij zo.

Bij het afscheid pakt hij met twee handen mijn hand vast. ‘Dankjewel voor je goede zorgen’, zegt hij met tranen in zijn ogen. Diezelfde avond krijg ik een berichtje van een collega van het team: de vrouw is rustig ingeslapen, zonder te hoeven lijden.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

Verkrijgbaar vanaf 16 augustus, klik op de foto!
No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: