Skip to content

‘Ik zou niet weten wat ik zonder jullie zou moeten!’

Het is tien over zeven in de ochtend, als ik mijn computer aanzet om aan de slag te gaan. We hebben net, met het team dat vandaag werkt, een gezamenlijke start van de dag gemaakt. De taken zijn verdeeld en alle collega’s zijn onderweg naar de eerste clienten. Er komt een alarmering binnen en ik besluit mijn computer nog even te laten voor wat het is, en de alarmopvolging te doen. In de auto, onderweg naar het opgegeven adres, bedenk ik wat er aan de hand kan zijn. Zou ze zijn gevallen? Heeft ze het weer benauwd? Of is ze vergeten waarom ze de alarmknop heeft ingedrukt?

Het licht in de woonkamer staat uit en de gordijnen zijn nog gesloten. Ze hoort slecht, dus aanbellen heeft geen zin. Ik pak de sleutel uit het kluisje naast de voordeur en ga naar binnen. Als ik haar naam roep, krijg ik geen reactie. Eerst controleer ik de benedenverdieping: niemand. Als ik de trap op loop, schiet er iets langs mijn benen en ik schrik. Oh gelukkig, het is de kat. Ik loop de trap op en zie een dichte slaapkamerdeur. Na geklopt te hebben, doe ik de deur voorzichtig open. Ze ligt half onder de deken en kijkt me lachend aan. ‘Ik wist niet dat jij ook ’s nachts werkt!’, zegt ze opgewekt. Ik wijs haar op de tijd en ze begint te lachen; ‘Oh joh, ik had niet eens door dat het al ochtend was’. Ze heeft dementie, en draait daarbij af en toe haar dag-nachtritme om. Ze slaapt dan overdag en ’s nachts is ze wakker. Als ik haar vraag waarom ze heeft gealarmeerd, zegt ze simpelweg: ‘Ik wilde wel eens weten wat er zou gebeuren, als ik op dat knopje zou drukken’. Ik leg haar uit waar haar alarm voor dient, en dat ze deze echt niet zomaar mag gebruiken. Ze reageert verontwaardigd: ‘Er is wel iets, ik moet steeds hoesten!’. Nadat ik haar een slok hoestdrank heb laten nemen, zitten we naast elkaar op de rand van het bed. Ze vertelt over haar kinderen, over haar overleden man en over haar beroep van vroeger. Hierbij wisselt ze in emotie en lacht ze, afwisselend met een traan. Ik reik haar een hand, die ze stevig vastpakt. Het is duidelijk dat ze haar verhaal kwijt moet. Uit ervaring weet ik, dat wanneer ik haar afkap en weg ga, ze over een paar minuten weer zal alarmeren. Ik geef haar de aandacht die ze nodig heeft. Ze vraagt veel bevestiging in haar verhaal, die ik haar geef. Ze besluit haar pleidooi met: ‘Wat fijn dat je bent gekomen, ik zou niet weten wat ik zonder jullie zou moeten hoor!’.

Met een mooier compliment kan de dag niet beginnen. Ik neem afscheid en rij terug naar kantoor. Als ik de collega spreek die er later die ochtend nog geweest is, blijkt dat ze alweer was vergeten dat ik vanmorgen bij haar was. Ik vind het niet erg, toen ik er was vond ze het fijn, en daar haal ik voldoening uit.

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: