Skip to content

‘Ja’

Jaren geleden werd ze getroffen door een hersenbloeding met als gevolg een verlamming aan één zijde van het lichaam. Daarnaast had ze last van afasie, waarbij ze beperkt en met moeite een paar woorden kon zeggen. Hierbij was ook nog eens de helft van de woorden die ze zei, niet juist. Ze merkte dit zelf maar al te goed en schudde dan driftig met haar hoofd om duidelijk te maken dat ze iets anders wilde zeggen. Ondanks haar beperkingen woonde ze (grotendeels) zelfstandig bij haar dochter in een soort kangoeroewoning. Met haar rolstoel verplaatste ze zich binnen haar woning en met hulp van de thuiszorg redde ze het goed thuis.

Plotseling zien we achteruitgang in haar fysieke gesteldheid. Ze krijgt een longontsteking en ligt dagen op bed. Wanneer ik bij haar ben, huilt ze. Ze merkt dat ze achteruit gaat en denkt niet lang meer te zullen leven. Ondanks de afasie praat ik met haar over de palliatieve zorg die opgestart is, over wat ze nog graag zou willen in het leven en over de dood. Ze maakt duidelijk dat ze niet meer naar het ziekenhuis wil. Het niet-reanimeren-beleid was jaren eerder al afgesproken en ook nu geeft ze aan dat ze dat niet meer zou willen.

De huisarts geeft aan dat de levensverwachting niet meer dan drie maanden is. Ik vraag haar of ze bang is om dood te gaan. Het zijn emotionele gesprekken die we in de weken voor haar dood voeren; ze huilt regelmatig en ik stel haar binnen mijn mogelijkheden gerust. Ze heeft geen pijn, maar is benauwd. Ze ligt regelmatig te snakken naar adem. Ik vraag haar of ze het goed vindt als ik de huisarts vraag om een morfinepomp, zodat ze minder benauwd zal zijn. ‘Ja’, is haar korte maar duidelijke antwoord. De huisarts gaat akkoord en de morfinepomp wordt aangesloten. Een week later blijkt, ondanks de verhoogde dosering morfine, de benauwdheid niet onder controle. De arts besluit palliatieve sedatie toe te passen. Ik prik een tweede naaldje door de huid heen en sluit de spuitenpomp met het slaapmiddel aan. Dan neem ik afscheid van haar. Ik vertel haar hoe knap ik het vind dat ze, ondanks haar hersenbloeding en alle schade die dat met zich mee bracht, zo positief in het leven stond. Ze gaf mij inspiratie om te genieten van iedere dag, van de kleine dingen. Ik zie dat ze tranen in haar ogen krijgt en ik wrijf nog eens extra over haar schouder. Ze wil zo graag iets terug zeggen, maar het lukt haar niet. Ze zegt ‘ja’ en ik knik dat het goed is zo. We begrijpen elkaar, ook zonder woorden.

 

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de thuiszorg? Super, je bent altijd van harte welkom!

Neem eens een kijkje bij op website met de actuele vacatures in de mooiste en meest huiselijke sfeer van Brabant: werken in de (thuis)zorg.

 

Foto: © Natasja de Vries

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: