Skip to content

‘Nu voel ik me thuis’

Halverwege mijn stage in de thuiszorg, kwam ik voor een intakegesprek bij een man van begin 80. Hij woonde in een bejaardenwoning midden in het dorp. Het was ingericht als een echt mannenhuis: weinig bloemen of planten, vrijwel niets aan de muur en een grote televisie in de hoek van de kamer. De man was thuisgekomen uit het ziekenhuis en had hulp nodig bij het aan- en uitkleden en het douchen. Na enkele dagen bleek dat de man verward was op het gebied van tijd en plaats. Hij wist ’s morgens regelmatig niet te vertellen dat het ochtend was en wist dan ook niet waar hij was. De dochter van de man gaf aan dat haar vader niet zichzelf was. Door het gebruik van sterke medicatie tegen de, anders ondraaglijke, pijn in zijn rug en heup, nam de verwardheid toe. Het beheer van de medicatie werd overgenomen door de thuiszorg. De man reageerde in eerste instantie opstandig. Na enkele gesprekken over de medicatie, leek hij het toch te begrijpen en ging akkoord. Ik vroeg de huisarts om toch nog eens te kijken of er iets gedaan kon worden tegen de pijn. De huisarts verwees de man door naar de orthopeed in het ziekenhuis en een operatie volgde. Hij moest wennen aan zijn nieuwe heup, maar kon snel na de operatie afbouwen met de medicatie die hem zo verward maakte.

Na de ziekenhuisopname leek zijn huis niet de geschikte plaats voor revalidatie, en hij werd ter revalidatie opgenomen op de geriatrische revalidatieafdeling van de RSZK. Vanuit hier werd een geschikte woonplaats voor de man gezocht, waar hij zelf natuurlijk het laatste woord in had. Het werd een locatie van de RSZK wat voorheen een verzorgingstehuis was. Een plaats waar wonen en zorg samengaan door middel van thuiszorg binnen het gebouw waar de ouderen samen wonen. Er is maaltijdvoorziening en er zijn verschillende gemeenschappelijke ruimtes, waar de hele week activiteiten zijn.

Ik kom hem tegen op de gang van het complex en ik spreek hem aan. Ik zie hem graven in zijn geheugen, maar hij komt er niet uit: ‘Ben je bij ons thuis geweest toen mijn vrouw op sterven lag?’, ‘Heb je me in het ziekenhuis of tijdens de revalidatie ook verpleegd?’. Hij reageert verbaasd als ik hem vertel dat ik bij hem thuiszorg heb verleend. Hij wist niks meer af van de periode dat hij thuiszorg ontving. Ik vraag hem hoe het hem bevalt in zijn nieuwe woning, of hij zich al thuis voelt. Hij antwoordt dat hij het er fijn vind; ‘het was even wennen in het begin, maar nu voel ik me thuis!’. In de weken die volgen, zie ik hem meerdere keren op een dag achter zijn rollator door de gangen lopen op weg van en naar de gemeenschappelijke ruimten. Hij heeft het zichtbaar naar zijn zin, zijn verwardheid had plaatsgemaakt voor een vrolijke man die op de gang regelmatig een praatje maakt met de ouderen in het gebouw.

‘Thuis kan overal’; het is de titel van het meerjarenbeleidsplan van de RSZK. Maandenlang vroeg ik me af wat het nou eigenlijk betekende, wat ik er als zorgprofessional mee kan, en nog belangrijker: wat de klant ermee kan. Door deze man werd mij duidelijk dat ‘thuis’ een gevoel is, niet gebonden aan plaats of tijd. Het is niet tastbaar, maar het is iets dat naar mijn mening bestaat uit de kernbegrippen veiligheid, vertrouwen, sfeervol en gezelligheid. Bij deze man zie ik dit alles terug en hij bevestigt mijn gedachten: hij voelt zich thuis.

 

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super, je bent altijd van harte welkom!

Neem eens een kijkje bij op website met de actuele vacatures in de mooiste en meest huiselijke sfeer van Brabant: werken in de (thuis)zorg.

 

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: