Skip to content

‘Oh, en een paar bockbiertjes!’

Het was weken geleden dat ik voor het laatst een avonddienst had gewerkt. Het was daarom even zoeken naar wat er bij de zorgvragers, waar ik deze avond kwam, moest gebeuren. Van het ondersteunen met het innemen van de medicatie tot het naar bed begeleiden, het kwam allemaal voorbij. Na een paar uur werken, keek ik op de klok. Ik liep een minuut of tien achter. Balen. Snel de auto in en op naar de volgende, in het naastgelegen dorp.

Onderweg rij ik de kerk voorbij. Tot mijn verbazing zie ik iemand tegen de zijkant van de kerk op de grond liggen. Er staan drie mensen omheen. Ik stuur mijn auto naar de parkeerhaven naast de kerk en loop richting het gezelschap. Ze staan te discussiëren over wat er moet gebeuren en proberen me op afstand te houden. Als ik duidelijk maak dat ik verpleegkundige ben, doen ze een stap opzij en geven ze aan blij te zijn dat ik ben gestopt.

De man op de grond is nauwelijks aanspreekbaar. Ik ruik een lichte alcohollucht rondom de man. De mensen om hem heen, kennen hem gelukkig. Ik vraag ze naar de ziektebeelden waar hij mee bekend is. Geen suikerziekte, geen longproblemen. Hartproblemen? Dat wel; een hartritmestoornis. ‘Oh, en een paar bockbiertjes!’, voegt de omstander er lachend aan toe. Ik vraag wat er precies is gebeurd. ‘Hij voelde zich een kwartiertje eerder niet lekker en heeft toen spray voor onder de tong gepakt’, vertelt een bekende van de man. Hij had geen pijn op de borst gehad, maar toch de spray gebruikt. De bijwerkingen van de spray schieten door mijn hoofd. Snelle of juist trage hartslag, lage bloeddruk… Het sluit goed aan op wat ik zie, zeker in combinatie met de alcohol. Ik voel zijn pols: traag en onregelmatig. De man zakt steeds verder weg en is nu niet meer aanspreekbaar. Ik besluit een ambulance te bellen. De centralist vraagt me of er een AED in de buurt is en of ik iemand wil sturen om die te gaan halen. Ik schrik even; een AED? Het zal toch geen reanimatie worden?

Ik herpak me en stuur iemand weg om een AED te gaan halen. Nog voordat de AED er is, hoor ik de ambulance de hoek om rijden. De man ademt nog en ik voel nog steeds een hartslag. Gelukkig. De ambulanceverpleegkundige stapt uit en ik vertel hem wat er aan de hand is, wat ik heb gedaan en wat ik verwacht dat er aan de hand is. Hij bedankt me voor mijn hulp en neemt het van me over. Ik geef de omstanders een hand en ook zij bedanken mij. Hij is in goede handen. Snel door met mijn route, de volgende zorgvrager wacht, en zal het vast niet leuk vinden dat ik nu een half uur te laat ben.

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: