‘Ik adviseer je naar het ziekenhuis te gaan’

Ik kniel naast haar bed. Ze oogt ziek; ik zie zweet op haar voorhoofd, rode blosjes op haar wangen en praten kost zichtbaar energie. Zelf zegt ze dat ze zich niet ziek voelt. Ik pak mijn stethoscoop en beluister de longen. Aan allebei de kanten hoor ik geluiden die bij een gezond iemand niet hoorbaar zouden zijn. Daarnaast is het zuurstofgehalte in haar bloed een stuk lager dan normaal….

‘Naar buiten’

Naast het hoesten en de koorts, was ze kortademig. Ze is begin tachtig en heeft COPD. Desondanks rookt ze nagenoeg de hele dag door. Ze slaapt op de bank in de woonkamer, omgeven door peuken en rommel. De afwas staat opgestapeld op het keukenblad en de vloer is bezaaid met brandplekken van de sigaretten. De huisarts heeft haar bij ons aangemeld vanwege een verdenking van het COVID-19 virus. Als ik voor het eerst bij haar binnenkom, ben ik blij dat ik een mondmasker mag dragen. Het stinkt in huis en mijn mondmasker houdt gelukkig een deel van de lucht tegen. Ik zet een raam open in de woonkamer en begeleid haar naar de badkamer. Eens per week wil ze ondersteund worden met douchen. Aan haar haren te zien, is een douche geen overbodige luxe. De vette haren zitten in een slordige staart achterop haar hoofd….

‘Dit sleept me er doorheen’

We gaan week vijf van de ‘intelligente lockdown’ in. De nieuwsberichten worden langzaam positiever en bieden een heel klein beetje hoop. Desondanks zien we in de praktijk nog steeds veel ouderen ziek worden en overlijden. Wel neemt de stress af en normaliseren we de zorg zoveel mogelijk. De capaciteit van onze thuiszorg staat (nog) niet onder extreme druk en we staan klaar om patiënten uit het ziekenhuis thuis op te vangen. Daarnaast zie ik dat advance care planning meer begint te leven: mensen denken meer na over wat ze nog willen qua medische behandelingen en of ze nog wel naar het ziekenhuis willen als ze ziek worden….

‘Binnenkort ga ik naar mijn man’

De alarmcentrale belt op en vertelt dat de vrouw in kwestie naar het toilet wilde, maar halverwege zo uitgeput was dat ze geen stap meer kon verzetten. Het gevolg was een natte broek en een plas urine op de vloer. Ze stond nog bij het voeteneind van haar bed, omdat ze niet voor- of achteruit kon. Nadat ik mijn volledige isolatiekleding aan had getrokken, inclusief handschoenen, mondmasker en bril, loop ik bij haar naar binnen. Ze staat met een verwilderd kapsel en lichte paniek in haar ogen in haar natte pyjamabroek bij het voeteneind. Het is aandoenlijk om haar zo te zien staan….