Skip to content

‘Wat mag er allemaal mee?’

Al een half jaar ontving hij thuiszorg van ons. De thuiszorg was gedurende het half jaar uitgebreid. Nu kwamen we er twee keer per dag. Iedere keer als ik hem zag, vond ik dat hij hard achteruit ging. We hadden het vrijwel wekelijks over de dood. Over wat hij zou willen, over euthanasie, over het vastleggen van zijn wensen en over waar hij zou willen overlijden. Daarnaast praatten we ook over hele andere dingen: hij vertelde me hoe zijn leven was geweest. Soms praatten we ruim een uur, waarna hij me steevast bedankte en vermoeid zijn bed in kroop. Het kostte hem zichtbaar meer moeite en ik had met hem te doen. Hij had alles voor na zijn dood al geregeld en was er klaar voor, zo zei hij zelf.

Thuis ging het eigenlijk niet meer, maar de huisarts en ik twijfelde of hij al wel naar een hospice zou kunnen. Het alternatief was een verpleeghuis. Echter, voordat hij zich door de wachtlijst van het verpleeghuis heen geworsteld zou hebben, zou hij zeker al zijn overleden. Dat was dus geen optie. Na een week op en neer bellen en de situatie uitleggen, was hij welkom in een hospice. De plaats waar hij graag zou willen overlijden, had hij me in een eerder gesprek al toevertrouwd.

Met het hospice sprak ik een opnamedatum af en ik reed naar de man om het goede nieuws te vertellen. Op zijn gezicht zag ik opluchting, wat even later omsloeg in stress. ‘Wat mag er allemaal mee?’, vraagt hij, ‘zouden mijn boeken ook mee mogen?’. ‘Maar natuurlijk!’, antwoord ik. Hij is te verzwakt om zelf zijn koffer in te pakken. Familie heeft hij niet. Samen met de stagiaire die met me mee loopt die dag, pakken we zo goed en zo kwaad als het ging alle spullen in die hij graag mee zou willen nemen. Een aparte koffer moet boeken, die zorgvuldig gelabeld al klaarstonden in de kast. Hij had er eerder al stickers op geplakt, zodat hij wist welke boeken hij wel, en welke niet, mee zou willen nemen. Ze stonden zo al maanden in de kast, en nu kwamen de stickers eindelijk van pas. Na een half uurtje staan er twee koffers klaar om mee te gaan naar het hospice de volgende dag. Ik kniel naast zijn bed en vraag hem hoe het met hem gaat. Hij zegt het spannend te vinden, maar er heel erg aan toe te zijn. Ik beaam dit en hou zijn hand even vast. Als ik afscheid van hem neem, zie ik dat zijn ogen vochtig worden. Hij heeft lied en leed met mij gedeeld, en daar komt nu een einde aan.

Tijdens mijn opleiding werd dit altijd zo mooi samengevat: ‘het opbouwen en afsluiten van een professionele relatie’. Ik vond het destijds een beetje raar geformuleerd: hoezo afsluiten? Nu viel het kwartje. Het was niet alleen voor hem een afsluiting, maar evengoed voor mij als verpleegkundige. En dat afscheid valt best zwaar. Ik had hem het liefst tot zijn dood willen begeleiden. Er voor hem willen zijn. Ervoor zorgen dat hij waardig kon sterven en geen last zou hebben van pijn of benauwdheid. Dat kon nu niet meer.

Een collega zocht hem een week later op in het hospice. Hij was erg dankbaar voor de thuiszorg, voor de kamer in het hospice en voor alle goede zorgen. Het gaat hem goed.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super! 

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

One Comment Post a comment

Trackbacks & Pingbacks

  1. Even dit en dat #1 – Kijk in de Wijk

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: