Skip to content

‘Wil je wel mijn eten afbellen?’

*Pling*, een mailtje van een collega komt bij me binnen: ‘mevrouw X is afgelopen dinsdag gevallen en heeft erg veel pijn, de huisarts wil tot na het weekend aankijken hoe het gaat, maar hiervoor heeft ze volgens mij echt teveel pijn’. Het is vrijdagmorgen net voor aanvang van mijn dienst. Een collega is op dat moment toevallig bij de betreffende mevrouw met de zorg bezig. Ik bel haar op en vraag naar haar pijnbeleving, waarop mijn collega duidelijk laat merken dat het niet gaat. Om toch zelf een goed beeld te vormen, voordat ik verdere stappen ga ondernemen, spring ik in mijn auto en rij ik naar het naastgelegen dorp. In het appartement van mevrouw aangekomen, blijkt dat ze op het toilet zit. Ze vertelt me dat ze is gevallen, omdat ze met haar rollator moest uitwijken voor de buurvrouw die (ook met rollator) wilde passeren. Ik zie voor me hoe mevrouw opzij gaat en daarbij achterover op haar achterste valt. De huisarts had een dag eerder het bekken en de stuit onderzocht, waarna in afstemming met de familie het advies ‘3 keer daags 1000 mg paracetamol en rust houden’ volgde. Een dag en enkele paracetamols later, blijkt dat de pijn eerder erger dan minder is geworden. Ik trek mijn vertrouwde blauwe handschoenen aan en voel aan het bekken, de stuit en de onderrug van mevrouw. Net boven de stuit, in de onderrug, verschiet ze van de pijn als ik erop druk. Ik vraag me af of er niet toch ergens een breuk zit en ik vraag haar of ze het goed vindt als ik de huisarts vraag om haar naar het ziekenhuis te sturen. Ze gaat akkoord en ik bel de huisartsenpost. De assistente snapt de ernst van de pijn en onderneemt direct actie; ze vraagt de dienstdoende huisarts om een verwijzing naar de spoedeisende hulp voor een röntgenfoto. Ondertussen bel ik de dochter van mevrouw op, zodat ik haar kan inlichten over de situatie.

Een paar uur later krijg ik een telefoontje van de dochter van mevrouw; op de foto is een scheurtje te zien in een ruggenwervel. Een goede verklaring voor de hevige pijn die ze ervaart. Een flinke dosis pijnstillers, het advies om rust te houden en een hobbelige autorit naar huis volgen, waarna ze in haar stoel tot rust kan komen.

De volgende ochtend lees ik in de rapportage dat de avonddienst van de vorige avond mevrouw met twee personen in bed heeft geholpen, omdat het alleen echt niet lukte. Ze trok wit weg van de pijn tijdens het verplaatsen en eigenlijk is een verplaatsing met één persoon niet veilig en verantwoord te maken. Ik vind het een lastige casus en dus overleg ik met meerdere collega’s en mijn teammanager om een plan van aanpak op te stellen. Gezamenlijk komen we tot de conclusie dat kortdurende opname in het nabijgelegen verpleeghuis beter is voor haar. Ik plan een lastig gesprek in met de familie, mevrouw en een collega. Mevrouw geeft met tranen in haar ogen aan dat het thuis echt niet meer gaat zo. Ze geeft een top drie van voorkeurslocaties aan, waar ze graag kortdurend zou willen verblijven. De eerste locatie biedt niet de zorg die nodig is. De tweede organisatie wordt gebeld; een locatie van mijn eigen zorgorganisatie (RSZK ZorgProfessionals) en, in tegenstelling tot een heleboel acute opnameplaatsen in Nederland, er is plaats! Ik krijg van de dienstdoende verpleegkundige het telefoonnummer van de verantwoordelijke specialist ouderengeneeskunde. Na een telefonische overdracht is mevrouw direct welkom op de afdeling en ik maak samen met mijn collega een lijstje van spulletjes die meegenomen moeten worden naar de afdeling voor mevrouw en haar familie. Het haarnetje waar ze mee slaapt, mag natuurlijk niet worden vergeten, evenals de medicatielijsten en de tandenborstel. Voordat ik afscheid neem van haar, pakt ze mijn arm vast en vraagt ze: Wil je wel mijn eten afbellen?’. Natuurlijk wil ik dat, maar het blijkt niet nodig; familie heeft ondertussen de maaltijdvoorzieningsservice van mevrouw al afgebeld.

Zondagochtend zoek ik haar op. Ze zit in een hoek van de kamer van het verpleeghuis, tevreden in haar stoel. Ze vertelt over de tocht naar haar nieuwe verblijf en dat er een aardige arts al bij haar was komen kijken de vorige avond. ‘De zuster die mijn overleden man nog mee heeft verzorgd, is al zeker drie keer binnengelopen vanmorgen!’, zegt ze met een lach op haar gezicht. Ze zit hier duidelijk beter op haar plaats dan thuis. Als ik afscheid neem om verder te gaan met mijn route, stelt ze dezelfde vraag als de vorige dag: ‘Wil je nog wel mijn eten afbellen?’.

 

Heb je na het lezen van mijn blog toch kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de thuiszorg? Super, je bent altijd van harte welkom!

Neem eens een kijkje bij op website met de actuele vacatures in de mooiste en meest huiselijke sfeer van Brabant: werken in de (thuis)zorg.

hand-3188287_960_720

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: