Skip to content

‘Ze verkrampte van de pijn’

Het was een hete dag in het begin van mei. Ik ben, samen met mijn stagiaire, onderweg naar een dorpje op een kwartiertje afstand van mijn normale werkgebied. De collega’s daar hadden een probleem: een vrouw had haar neusmaag-sonde (een slangetje via de neus waar voeding doorheen gegeven kan worden) er zojuist uit getrokken. De laatste keer dat ik een dergelijke sonde had ingebracht, was tijdens mijn opleiding, ongeveer een jaar eerder, in een ziekenhuis waar alles bij de hand was als het niet zou lukken. Onderweg wist ik al dat het deze keer heel anders zou gaan verlopen. De handeling zelf is hetzelfde, maar de context bepaalt juist de complexiteit.

We lopen het erf op en we worden begroet door een klein kwispelend hondje en zijn baas. Het is een oude boerderij aan het eind van het dorp, afgelegen van de rest van de huizen. Door de achterdeur lopen we naar binnen. In de stoel zit een vrouw van een jaar of negentig. Ze heeft haar breinaalden vast en is bezig met het breien van een sjaal. ‘Alvast voor de winter’, zegt ze, als ze ons naar de sjaal ziet kijken. We stellen ons voor en krijgen gelijk koffie en thee aangeboden.

Ik neem met de vrouw door wat ik ga doen. Ze heeft nog niet vaak een nieuwe sonde gekregen. Vannacht heeft ze in haar slaap de sonde per ongeluk uit haar neus getrokken. Ze vindt het spannend. Terwijl ik alle materialen bijeen zoek, stellen we haar zoveel mogelijk gerust. Ze vertelt dat het de vorige keren pijnlijk was geweest. Hier was ze nu dan ook bang voor. Ik vind het ook best spannend: waar het de vorige keer in een ziekenhuis was, is het nu in de woonkamer van een boerderij. Ze zit in een grote stoel, die iets achterover gekanteld is. Het licht in de kamer is gedimd. Heel anders dan een ziekenhuissetting.

Als we klaar zijn met de voorbereidingen, stop ik het uiteinde van de sonde in haar neusgat. Langzaam duw ik het slangetje verder haar neus in. Aan haar gezicht zie ik dat ze het niet prettig vind. De stagiaire ziet het ook. Terwijl ik mijn handen vol heb, hurkt ze naast de vrouw en pakt haar hand vast. Ze spreekt de vrouw moed in. Ik zie dat het werkt: de vrouw ontspant iets, waardoor de handeling makkelijker gaat. Ik ben er bijna. Ze knijpt in de hand van de stagiaire. Tranen in haar ogen. Het is pijnlijk, ondanks dat ik mijn uiterste best doe om dit te voorkomen. De laatste centimeter. Gelukkig, de sonde zit erin. Ze bedankt ons uitgebreid en is blij dat het erop zit. Ik ook: het doet mij veel als ik iemand zo zie lijden, zeker wanneer ik een handeling uitvoer die hieraan ten grondslag ligt. Ik ben verpleegkundige geworden om dit lijden juist te voorkomen, of zoveel mogelijk dragelijk te maken.

Op de weg terug vraag ik de stagiaire hoe ze vond dat het ging. Ze vond dat ze niet echt een actieve rol had gehad in de casus. Ik geef haar feedback. Ik vertel haar wat ik heb gezien. Ze geeft aan dat ze er eigenlijk niet echt bij nadacht; dat dit voor haar vanzelfsprekend is: ‘ze verkrampte van de pijn, dus pakte ik haar hand’. Ze heeft alles gedaan wat ik van een goede (toekomstig) verpleegkundige verwacht: ze zag, interpreteerde en handelde. Ze verlichtte het lijden van de vrouw, zonder dat ik haar hierom had gevraagd of op had gestuurd. En dat in een eerste stage. Mijn bewondering voor haar handelen is groot, en ik hoop dat ik later zo’n verpleegkundige aan mijn bed heb staan.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

No comments yet

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: