‘Geen doel, maar een middel’

‘Geen doel, maar een middel’

De afgelopen jaren is er enorm veel onderzoek gepubliceerd over zorginnovatie; een snelle zoekactie via PubMed levert ruim 44.000 hits op. Nagenoeg iedere zorginstelling in Nederland heeft wel een afdeling zorginnovatie, van ziekenhuis tot GGZ en ouderenzorg. En toch blijft het een grote uitdaging om bepaalde (technologische) innovaties echt van de grond te laten komen. Hoe komt dit? En wat werkt dan wel?

Angst en gedrag

Allereerst speelt angst een belangrijke rol. Niet alleen bij innovatie in de zorg, maar bij alles wat nieuw is. Iedere implementatie gaat gepaard met angst voor het onbekende. Logisch: als zorgverlener ben je gewend om al jaren iets op de best mogelijke wijze te doen, en plotseling komt daar een verandering. Een verandering die direct impact heeft op jouw werk, op de manier waarop jij zorg kunt verlenen. Of nog lastiger: je moet als zorgverlener je gedrag aanpassen. Vanuit de opleiding tot zorgverlener, van welk discipline dan ook, weet je waarschijnlijk wel hoe lastig het is om gedragsverandering bij zorgvragers te bewerkstelligen. En misschien heb je ook wel eens gehoord van de uitspraak dat een zorgverlener de meest lastige patiënt is. Dat geldt vaak ook voor gedragsverandering. Zorgverleners prikken feilloos door gedragsveranderingstechnieken heen, omdat zij dezelfde technieken ook bij de zorgvrager toepassen.

Tijd, ruimte en investering

Daarnaast zijn tijd en ruimte essentieel voor innovatie en implementatie van nieuwe (technologisch) veranderingen. En daar wringt de schoen regelmatig: zeker de afgelopen twee jaar, maar ook daarvoor stond de zorg al zwaar onder druk. Innovaties in de zorg worden gepresenteerd als de oplossing voor de problemen op het gebied van werkdruk, personeelstekort en de toename aan complexiteit van de zorgvraag. Maar innovaties en implementaties vragen tijd, zeker als een gedragsverandering moet worden bereikt. En die tijd is er maar heel, heel beperkt in de zorg. Daarnaast zien zeker niet alle zorgverleners innovatie als een investering die nu tijd kost, maar op de lange termijn tijd oplevert. Uit een onderzoek van Lally, van Jaarsveld, Potts en Wardle uit 2009 blijkt dat een gedragsverandering in eetpatroon of beweegactiviteiten tussen de 18 en 254 dagen (gemiddeld 66 dagen) duurt, voordat de verandering een automatisme geworden is (1). Investering gaat ook om geld: veel geld. Nieuwe (technologische) innovaties in de zorg zijn over het algemeen schrikbarend duur. Niet alleen het eindproduct, maar ook de implementatie kost hierdoor enorm veel geld. Dit betreft niet enkel in de onderzoeksfase of een kleinschalige pilot, maar ook op de lange termijn. Een eenmalige subsidie voor het doorvoeren, implementeren of onderzoeken van een innovatie is leuk, maar vaak eindigt de innovatie gelijktijdig met de subsidie. Financiers van zorg blijven achter wat betreft het betalen, vergoeden of investeren van bewezen effectieve innovaties; een sterk belemmerende factor voor opschaling van technologie of innovatie in de zorg.

Wat werkt dan wel?

Uit onderzoek blijkt dat een combinatie van menselijke interacties en de complexiteit van de zorgverlening sterk beïnvloedende factoren zijn bij de implementatie van (nieuwe) (technologische) innovaties (2). Het zit ‘m dus voornamelijk in gedrag – of in intrinsieke motivatie van de zorgverlener. Deze intrinsieke motivatie verbeteren en versterken door middel van bijvoorbeeld effectiviteitsstudies en gedetailleerde beschrijvingen van het implementatieplan, zullen bijdragen aan implementatie van innovaties. En daarnaast, misschien wel de kernboodschap van dit betoog: technologie en innovatie zijn middelen en geen op zichzelf staande doelen. Zhou, Jai, Kong en Ni beschreven in 2017 hierover dat we moeten oppassen voor deze valkuil: het gaat in de zorg niet om technologie als uitgangspunt, maar om het doel voor de zorgvrager. En dit doel bevat geen technologie, maar menswaardigheid, kwaliteit van leven en het verlengen van het leven (3).

Lally, P., van Jaarsveld, C.H.M., Potts, H.W.W. and Wardle, J. (2010), How are habits formed: Modelling habit formation in the real world. Eur. J. Soc. Psychol., 40: 998-1009. https://doi-org.proxy.library.uu.nl/10.1002/ejsp.674

Odendaal, W. A., Anstey Watkins, J., Leon, N., Goudge, J., Griffiths, F., Tomlinson, M., & Daniels, K. (2020). Health workers’ perceptions and experiences of using mHealth technologies to deliver primary healthcare services: a qualitative evidence synthesis. The Cochrane database of systematic reviews, 3(3), CD011942. https://doi.org/10.1002/14651858.CD011942.pub2

Zhou, Y., Jia, Z., Kong, S. Y., & Ni, J. (2017). Is the Future of Health-care Technology or Goal Driven?. Chinese medical journal, 130(15), 1886. https://doi.org/10.4103/0366-6999.211543

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: