Skip to content

‘Het is echt niet uit te houden’

Na zes weken was ze thuis. Ze was in het ziekenhuis geopereerd en had daarna met verschillende complicaties nog weken in het ziekenhuis moeten blijven. Wat een simpele ingreep leek te zijn, viel in de praktijk toch behoorlijk tegen. Onder andere haar leeftijd speelde hierin een rol; ze zou immers eind van het jaar negentig worden. Daarnaast was ze niet erg trouw geweest in het innemen van de medicatie voorafgaand aan de operatie. Ze zag het nut er niet van in om de voorgeschreven pillen te slikken.

Dit kwam haar duur te staan: na de operatie begon haar oor steeds meer pijn te doen. De voorgeschreven pillen bleken antibiotica te zijn, tegen een eerder ontstane oorontsteking. Ze had de kuur niet afgemaakt. Hierdoor was de ontsteking in heftigere vorm terug gekomen. Uit de rapportage maakte ik op dat ze veel pijn had. Pijn? Dat had ik haar nog nooit horen zeggen, ze klaagde nooit. Ik besloot eens polshoogte te gaan nemen.

Bij binnenkomst blijkt ze blij om me te zien. We hadden elkaar niet meer gezien sinds de ziekenhuisopname. Ze komt van het bed omhoog en gaat op de rand zitten. Ik vraag of het klopt dat ze veel pijn heeft. ‘Het is echt niet uit te houden’, antwoordt ze. Ik vraag welke medicatie ze heeft gekregen tegen de pijn. Het blijkt een zware pijnstiller te zijn. Ze vertelt dat ze meer inneemt dan de arts voorgeschreven heeft. De oordruppels die voorgeschreven zijn, gebruikt ze niet. Volgens haar werken ze niet. In de oordruppels zit ook een sterke pijnstiller, maar deze zou geen effect hebben.

Met een lampje kijk ik in haar oor. De oorzaak is duidelijk: het oor zit vol met pus en is rood en opgezet. Het ziet er pijnlijk uit. Als ik vraag wanneer ze naar de KNO-arts moet, blijkt dit nog een week te duren. ‘Dat is te lang’, zeg ik resoluut. Ik pak mijn telefoon en bel naar de huisarts. De huisarts reageert adequaat en belt naar het ziekenhuis. Binnen anderhalf uur wordt ze in het ziekenhuis ontvangen en onderzocht door de KNO-arts van dienst. De conclusie verklaart de forse pijn: er zit een groot abces in het oor, dat tegen een zenuw drukt. De oplossing is relatief simpel. Als het abces weg is, is de pijn ook weg. De manier waarop is minder leuk; met een dikke naald wordt er een gaatje gemaakt in het abces.

De volgende dag belt haar man me op: ‘oh Jelle, ze heeft vannacht zo lekker geslapen! De pijn is verdwenen. En dat allemaal dankzij jou, ze is zo blij met je!’.

Terwijl ik dit schrijf, voel ik weer een glimlach op mijn gezicht verschijnen. Dit is waarvoor ik het doe, waar ik me iedere dag weer voor wil inspannen. Er zijn voor de mensen die ik mag verzorgen en echt iets kunnen betekenen.

Heb je na het lezen van mijn blog kriebels gekregen om te gaan werken of een keer mee te lopen in de (thuis)zorg? Super!

Neem eens een kijkje op de website met de actuele vacatures in de mooiste en meeste huiselijke sfeer van Brabant: Werken in de (thuis)zorg.

‘Ik wil niet oud worden…’

Het was een rustige, regenachtige zondagmiddag geweest. Ik had een middagdienst zonder stagiaires of collega's. Het was zelfs zo rustig, dat ik na enkele uren begon te denken dat het misschien wel stilte voor de storm zou kunnen betekenen. In die uren had ik het kantoor opgeruimd, stageverslagen van feedback voorzien en een aantal zorgplannen bijgewerkt.....

Read more

‘Wat mag er allemaal mee?’

Al een half jaar ontving hij thuiszorg van ons. De thuiszorg was gedurende het half jaar uitgebreid. Nu kwamen we er twee keer per dag. Iedere keer als ik hem zag, vond ik dat hij hard achteruit ging. We hadden het vrijwel wekelijks over de dood. Over wat hij zou willen, over euthanasie, over het vastleggen van zijn wensen en over waar hij zou willen overlijden. Daarnaast praatten we ook over hele andere dingen: hij vertelde me hoe zijn leven was geweest. Soms praatten we ruim een uur, waarna hij me steevast bedankte en vermoeid zijn bed in kroop. Het kostte hem zichtbaar meer moeite en ik had met hem te doen. Hij had alles voor na zijn dood al geregeld en was er klaar voor, zo zei hij zelf.

Read more

‘Ik kom er meteen aan!’

Van mijn collega's begreep ik dat ze al enkele dagen niet zo lekker was. Ze was moe, had afwisselend een hoge en lage suikerspiegel in het bloed en ze had koorts. Ze kwam haar bed niet meer uit, omdat ze daar de energie niet voor had. Daarnaast was ze misselijk en duizelig....

Read more

‘Sorry voor net he’

Ze was boos, waarom wist ik nog niet. Ze wilde me niet binnen laten. Terwijl ik haar probeer te overtuigen, zet ik subtiel mijn voet tussen de deur, zodat ze deze niet dicht kan duwen.

Ze is al een jaar in zorg bij ons. In het begin hielp ik haar meerdere keren per week, als enige. Ze wantrouwde de wereld. Zo ook de thuiszorg. Ik had een ingang gevonden, waardoor ik haar wel mocht verzorgen. Na de eerste paar weken, introduceerde ik een collega en langzaam werd de zorg opgebouwd. Ze vertrouwde me en vertelde me veel over wat haar bezig hield....

Read more

‘Gevonden!’

Hij had de thuiszorg gebeld nadat hij een operatie had gehad aan zijn ogen. De oogarts had hem verteld dat hij zijn ogen drie keer per dag moest druppelen, maar vanwege artrose in zijn handen, lukte hem dit niet zelf. De thuiszorg werd opgestart door mijn collega en na een week zag ik de man voor het eerst. De man deed de deur open in zijn badjas. Hij kwam opgelaten en chaotisch over. Toen hij me binnen liet en een hand gaf, viel het me op dat het rommelig was in huis....

Read more

‘Wat ben ik blij dat ik de thuiszorg heb gebeld!’

Samen met een stagiaire in mijn team sta ik die dag voor het eerst ingepland bij mevrouw. Ze is pas sinds kort bij ons aangemeld en we weten nog niet veel van haar. Als we aanbellen, doet een vrolijke en joviale vrouw open. Ze vertelt meteen over haar kinderen en kleinkinderen. Daarna vertelt ze dat ze de thuiszorg zo lang mogelijk heeft uitgesteld, maar dat het nu toch wel echt nodig werd. Ze had namelijk al een aantal weken niet meer gedoucht. Dit durfde ze niet meer, omdat ze bang was om te vallen. Daarnaast kostte het haar zoveel energie dat ze de rest van de dag moest uitrusten. 'Nou, dan zullen we u eens lekker gaan wassen!', zegt de stagiaire en ze gaat met haar naar de badkamer....

Read more

‘Ik weet ook niet waar mijn vader is’

Het was begin lente, maar het voelde als een warme zomerdag. Met mijn zonnebril op loop ik naar de voordeur. Als ik aanbel, gebeurd er niks. Ik bel nog een keer. Het is niks voor hem, om niet open te doen. Met 'hem' doel ik op de 82-jarige man die midden in het dorp woont. Hij staat nog vol in het leven en is actief bij de plaatselijke koersbal-vereniging en gaat, als de zon schijnt, wekelijks naar het terras in het centrum. Gewoon, voor een drankje, en daarna gaat hij weer naar huis. En nu doet hij niet open. Hij weet dat we iedere dag rond deze tijd komen en is altijd thuis. Ik pak mijn iPad en toets het telefoonnummer uit zijn dossier in. In het huis hoor ik de telefoon rinkelen. Geen reactie. Ik bel zijn dochter, die tevens zijn eerste contactpersoon is. 'Ik weet niet waar mijn vader is', zegt ze geschrokken. Ze komt er direct aan, met de sleutel om naar binnen te gaan....

Read more

‘Dankjewel voor de uitleg’

'De volgende meneer waar we naar toe gaan, is een man van eind tachtig die een hersenbloeding heeft gehad en daarna dementie heeft gekregen.' zei ik, tegen de stagiaire die naast me in de auto zat. Ondertussen keek ze in het dossier en las in het dossier niets over de dementie. Ze vroeg me dan ook of dit wel klopte. Ik vond het vreemd, ik dacht echt dat de diagnose al gesteld was en dat dit ook in zijn dossier zou staan. Wel wist ik dat hij ondertussen door de huisarts was doorverwezen naar de geriater in het ziekenhuis. Voornamelijk voor algehele achteruitgang, in combinatie met wat specifiekere problemen....

Read more

‘Word ik nog wel beter?’

Het was winter. De griepepidemie was al enkele weken bezig. Veel van onze cliënten hadden de griep, evenals een aantal collega's. Ondanks de griepprik, had ik zelf ook ruim een week ziek op de bank gelegen. Toen ik weer aan het werk ging, kwam ik bij haar....

Read more