‘De kinderen springen vaak bij’

Haar man had zorg aangevraagd voor de vrouw. Ze was gediagnostiseerd met dementie en ze ging inmiddels twee keer per week een dagje naar de dagbesteding. Hierdoor had hij wat tijd voor zichzelf. Wat tijd om bij te slapen. De nachten waren de laatste tijd namelijk een groot probleem. Steeds vaker werd ze midden in de nacht wakker en dacht ze dat het ochtend was. Ze wilde er dan ook meteen uit, waarbij hij moest aangeven dat het nog geen tijd was om op te staan. Zelf kon ze de klok al lang niet meer lezen. Ze was hierdoor afhankelijker dan ooit van haar man….

‘Het gaat niet meer, ik ben zo moe…’

Ik loop naar de voordeur. Voor ik aanbel, luister ik naar de geluiden die uit het huis komen. Ik hoor ze tegen elkaar schreeuwen. Het geluid komt van boven, maar toch is het buiten goed hoorbaar. Collega’s hoorden regelmatig hetzelfde als zij voor de deur stonden. Het valt ons op dat de vrouw van het echtpaar steeds vaker onrustig is, door haar dementie. Als ze haar man niet ziet, begint ze te roepen om zijn aandacht te krijgen. Het lastige is dat hij hierdoor geen rust krijgt. Ieder moment dat ze thuis is, vraagt het al zijn aandacht. Een aantal dagen in de week bezoekt ze de dagbesteding in de buurt, en twee dagen in de week zijn er kinderen in huis om het echtpaar te ontlasten. Het valt de kinderen ook op dat het steeds lastiger wordt thuis. De situatie wordt onhoudbaar….

‘Dus toch Alzheimer…’

Eigenlijk had iedereen al wel door dat het achteruitging. Hij vergeet steeds meer en wordt ook wel eens boos op zichzelf als hij er achter komt dat hij iets is vergeten. Ofja boos, het was meer frustratie. Echt boos kan hij niet worden. Het is een echte knuffelopa. Zo eentje die je gelijk wilt vastpakken en een knuffel wilt geven, als je hem ziet. Hij is lief voor zijn vrouw, voor zijn kinderen en is heel meegaand met de thuiszorg. Toch gaat het de laatste tijd minder goed, het geheugen gaat achteruit….

‘Ik neem je een dagje mee’

06:50 uur
Ik loop door de nog donkere gang in de richting van het kantoor. Ik hoor mijn collega’s al lachen en bijkletsen. ‘Goedemorgen!’, zeg ik vrolijk en ik ga bij hen aan tafel zitten. Ik zit nog geen minuut of de telefoon rinkelt al. De nachtdienst draagt over dat er vannacht geen bijzonderheden waren. Samen met mijn collega’s neem ik de bijzonderheden voor de dag door. Vandaag zijn er twee stagiaires aanwezig. We bespreken gezamenlijk de leerdoelen. Niet alleen de stagiaires geven een leerdoel aan, ook alle aanwezige collega’s benoemen een leerdoel; we zijn ten slotte een leerafdeling. ‘Vandaag wil ik extra letten op handhygiëne volgens protocol toepassen’, zeg ik op mijn beurt….