‘Het zal wel niks zijn’

Vorige week plaatste ik een verhaal waarin ik vertelde dat alle collega’s van het team negatief getest waren op COVID-19, nadat ze contact hadden gehad met een positief geteste client. Een paar dagen na de eerste test, liet ik mezelf nog een keer testen, omdat ik klachten had gekregen. Helaas pakte deze test anders uit en bleek dat ik het virus zelf had opgelopen….

‘Ik heb nergens last van’

Uit de rapportage haal ik dat de man in kwestie, in de negentig, hoest, koorts heeft en dat de arts antibiotica heeft voorgeschreven in verband met een longontsteking. Bij mij gaan direct alle alarmbellen af; alle symptomen wijzen op een mogelijke besmetting met het COVID-19-virus. Natuurlijk kan ik het niet met zekerheid zeggen, maar de verdenking is er wel. Dat is vreemd: de man in kwestie komt eigenlijk vrijwel nergens meer, zeker niet zelfstandig. Hoe kan hij dan besmet zijn geraakt?

‘Twee stappen vooruit, eentje terug’

Nadat ze weken in het ziekenhuis had doorgebracht, waarvan de meeste tijd op de intensive care, ging het nu een stuk beter. Ze had COVID-19, in een heftige vorm. Ze is weer thuis. Duidelijk is dat ze nog een lange weg te gaan heeft om te herstellen. Zowel lichamelijk als psychologisch heeft ze een flinke klap gehad. Haar spieren zijn verslapt, ze is ruim twintig kilogram afgevallen en daarnaast kost de kleinste inspanning enorm veel energie. Daarnaast vergeet ze veel meer dan voorheen en is ze angstiger. De diagnose is PICS, oftewel: Post Intensive Care Syndroom. Een verzameling aan typerende symptomen die na een langdurige opname op de intensive care kunnen ontstaan. In de opleiding had ik het een enkele keer voorbij horen komen, maar nog nooit had ik dit syndroom in de praktijk gezien. Nu zag ik het in de praktijk en schrok ik van de heftigheid waarin deze vrouw het syndroom had….

‘Ik adviseer je naar het ziekenhuis te gaan’

Ik kniel naast haar bed. Ze oogt ziek; ik zie zweet op haar voorhoofd, rode blosjes op haar wangen en praten kost zichtbaar energie. Zelf zegt ze dat ze zich niet ziek voelt. Ik pak mijn stethoscoop en beluister de longen. Aan allebei de kanten hoor ik geluiden die bij een gezond iemand niet hoorbaar zouden zijn. Daarnaast is het zuurstofgehalte in haar bloed een stuk lager dan normaal….

‘Naar buiten’

Naast het hoesten en de koorts, was ze kortademig. Ze is begin tachtig en heeft COPD. Desondanks rookt ze nagenoeg de hele dag door. Ze slaapt op de bank in de woonkamer, omgeven door peuken en rommel. De afwas staat opgestapeld op het keukenblad en de vloer is bezaaid met brandplekken van de sigaretten. De huisarts heeft haar bij ons aangemeld vanwege een verdenking van het COVID-19 virus. Als ik voor het eerst bij haar binnenkom, ben ik blij dat ik een mondmasker mag dragen. Het stinkt in huis en mijn mondmasker houdt gelukkig een deel van de lucht tegen. Ik zet een raam open in de woonkamer en begeleid haar naar de badkamer. Eens per week wil ze ondersteund worden met douchen. Aan haar haren te zien, is een douche geen overbodige luxe. De vette haren zitten in een slordige staart achterop haar hoofd….