‘Als het zover is, dan is het zover’

Na enkele dagen vrij te zijn geweest, begon ik weer aan een reeks van zes dagen werken. Mijn vaste collega droeg over dat we een vrouw vanuit het ziekenhuis thuis hadden mogen ontvangen die niet lang meer te leven zou hebben. Ze had een dag eerder al morfine opgestart via een pomp, zodat de vrouw een continue dosering morfine toegediend zou krijgen. De huisarts had aangegeven dat de medicatie die oraal werd genomen, nog zo lang mogelijk moest doorgaan, om bijwerkingen te voorkomen. Samen rijden we naar de vrouw toe, om de pomp opnieuw in te stellen en de situatie te beoordelen. Vrijwel gelijktijdig komt ook de huisarts binnen. We bespreken de situatie en komen tot de conclusie dat de orale medicatie meteen gestopt wordt en dat we de vrouw in slaap zullen gaan brengen….

‘Ze weten wat ze willen’

De man ontvangt al twee jaar zorg van ons. Drie keer per week komen we bij hem over de vloer om hem te helpen met douchen. Hij heeft COPD. Mogelijk heeft hij ook longkanker, maar hier is verder geen onderzoek naar gedaan. Afgelopen jaar is hij al meerdere keren met acute ademnood in het ziekenhuis opgenomen. Na de laatste ziekenhuisopname is door de longarts zuurstof thuis geregeld. In eerste instantie een lage dosering, om het ademen wat makkelijker te maken. De man reageert er goed op. Door de zuurstof voelt hij zich al gauw een stuk beter. Echter weet hij ook dat het een aflopende zaak is….

‘Het voelt fijn om dit te bespreken’

Ik belde hem op om te vragen of ik langs mocht komen. Hij had een paar dagen geleden zijn vrouw verloren. Ons team had de thuiszorg voor haar verzorgd vanaf het moment dat ze thuis was gekomen nadat haar voet was geamputeerd, tot het moment dat ze weer terug in het ziekenhuis kwam met een longontsteking. In de periode daartussen was ik een aantal keer per week bij hen over de vloer gekomen. Hierdoor had ik met zowel de man als de vrouw een goede band opgebouwd. Toen ze werd opgenomen in het ziekenhuis, leek het erop alsof ze snel weer thuis zou komen. Echter verslechterde haar toestand plotseling snel, waardoor ze onverwachts kwam te overlijden. Haar man, die alleen achterbleef, had geen thuiszorg van ons. Echter wilde ik wel graag bij hem langs in het kader van nazorg….

‘Naar buiten’

Naast het hoesten en de koorts, was ze kortademig. Ze is begin tachtig en heeft COPD. Desondanks rookt ze nagenoeg de hele dag door. Ze slaapt op de bank in de woonkamer, omgeven door peuken en rommel. De afwas staat opgestapeld op het keukenblad en de vloer is bezaaid met brandplekken van de sigaretten. De huisarts heeft haar bij ons aangemeld vanwege een verdenking van het COVID-19 virus. Als ik voor het eerst bij haar binnenkom, ben ik blij dat ik een mondmasker mag dragen. Het stinkt in huis en mijn mondmasker houdt gelukkig een deel van de lucht tegen. Ik zet een raam open in de woonkamer en begeleid haar naar de badkamer. Eens per week wil ze ondersteund worden met douchen. Aan haar haren te zien, is een douche geen overbodige luxe. De vette haren zitten in een slordige staart achterop haar hoofd….

‘Binnenkort ga ik naar mijn man’

De alarmcentrale belt op en vertelt dat de vrouw in kwestie naar het toilet wilde, maar halverwege zo uitgeput was dat ze geen stap meer kon verzetten. Het gevolg was een natte broek en een plas urine op de vloer. Ze stond nog bij het voeteneind van haar bed, omdat ze niet voor- of achteruit kon. Nadat ik mijn volledige isolatiekleding aan had getrokken, inclusief handschoenen, mondmasker en bril, loop ik bij haar naar binnen. Ze staat met een verwilderd kapsel en lichte paniek in haar ogen in haar natte pyjamabroek bij het voeteneind. Het is aandoenlijk om haar zo te zien staan….