‘Tot overmorgen’

Ik parkeer mijn auto op de oprit van het huis. Zoals gewoonlijk loop ik achterom naar binnen, de poort staat al open. Met een mondmasker op en mijn handschoenen al aan, ben ik klaar om aan de slag te gaan. De man die ik vandaag bezoek is in de zeventig. ‘In de zeventig’; is naar de maatstaven van de wijkverpleging vrij jong. Het komt niet heel regelmatig voor dat ik een jonger iemand terminale zorg verleen. En hier is dat zeker het geval. De kanker die door het lichaam van de man woekert, zit waarschijnlijk al in meerdere organen. Hij heeft tot een week geleden gevochten om langer te leven, door iedere mogelijke behandeling aan te grijpen en te proberen. En vorige week werd de vermoeidheid hem teveel. Als ik zijn huis binnenloop, ligt hij op bed in de woonkamer….

‘Ik denk dat ik vandaag dood ga’

De huisarts vraagt of ik een katheter wil inbrengen bij een man. De man ken ik amper, hij krijgt zorg van een ander thuiszorgteam waar ik op dat moment voor inval. Tussen neus en lippen door vertelt ze erbij dat de man getest is op het COVID-19-virus en dat de uitslag nog niet binnen is. Dat maakt het inbrengen van de katheter een stuk gecompliceerder: in pak, met een beslagen beschermbril op, waar je amper doorheen kunt kijken. Met steriele handschoenen die ik over de onsteriele handschoenen aantrek. Ook is de man terminaal en is zijn levensverwachting enkele dagen tot misschien een tweetal weken. Kortom; een uitdaging….

‘De juiste zorg op de juiste plek’

De man in kwestie ging al enige maanden flink achteruit ten gevolge van kanker. Hij zit inmiddels in het palliatieve traject, wat inhoudt dat genezing niet meer mogelijk is en we alles op alles zetten om de man zo comfortabel mogelijk te maken. De zorg die wij verlenen is erop gericht dat de man zo veel mogelijk energie overhoudt voor leuke dingen waarvan hij nog kan genieten. Het wassen en aankleden iedere ochtend kost hem namelijk zoveel energie dat hij de rest van de dag niet veel meer waard is. Daarom helpt de thuiszorg hem hierbij….

‘Als het zover is, dan is het zover’

Na enkele dagen vrij te zijn geweest, begon ik weer aan een reeks van zes dagen werken. Mijn vaste collega droeg over dat we een vrouw vanuit het ziekenhuis thuis hadden mogen ontvangen die niet lang meer te leven zou hebben. Ze had een dag eerder al morfine opgestart via een pomp, zodat de vrouw een continue dosering morfine toegediend zou krijgen. De huisarts had aangegeven dat de medicatie die oraal werd genomen, nog zo lang mogelijk moest doorgaan, om bijwerkingen te voorkomen. Samen rijden we naar de vrouw toe, om de pomp opnieuw in te stellen en de situatie te beoordelen. Vrijwel gelijktijdig komt ook de huisarts binnen. We bespreken de situatie en komen tot de conclusie dat de orale medicatie meteen gestopt wordt en dat we de vrouw in slaap zullen gaan brengen….

‘Het voelt fijn om dit te bespreken’

Ik belde hem op om te vragen of ik langs mocht komen. Hij had een paar dagen geleden zijn vrouw verloren. Ons team had de thuiszorg voor haar verzorgd vanaf het moment dat ze thuis was gekomen nadat haar voet was geamputeerd, tot het moment dat ze weer terug in het ziekenhuis kwam met een longontsteking. In de periode daartussen was ik een aantal keer per week bij hen over de vloer gekomen. Hierdoor had ik met zowel de man als de vrouw een goede band opgebouwd. Toen ze werd opgenomen in het ziekenhuis, leek het erop alsof ze snel weer thuis zou komen. Echter verslechterde haar toestand plotseling snel, waardoor ze onverwachts kwam te overlijden. Haar man, die alleen achterbleef, had geen thuiszorg van ons. Echter wilde ik wel graag bij hem langs in het kader van nazorg….