Het laatste verhaal.

Ik bel aan bij het complex waar de man, die ik ga bezoeken, woont. Hij doet de deur open via het intercomsysteem en ik loop de trap op. Als ik de galerij op loop, zie ik dat hij met zijn rollator al in de deuropening staat. Met een brede glimlach, maar met de vermoeidheid in zijn ogen, begroet hij mij. We lopen samen naar de woonkamer, waar hij neerploft in zijn stoel. Ik ga op de bank zitten….

medical stethoscope with red paper heart on white surface

‘Kun je terminale thuiszorg inzetten?’

In het ziekenhuis werd ontdekt dat de bloeduitslagen flink achteruit gingen. Voor de behandelend specialist was het duidelijk: er is geen behandeling meer mogelijk en de levensverwachting zal niet meer zijn dan een paar maanden, misschien minder. Voor de vrouw in kwestie was het geen verrassing: ze voelde al langer dat ze achteruit ging en dat ze steeds meer vermoeid was. Voor haar kinderen en partner was het verrassender. Natuurlijk waren ze zich ervan bewust dat er ooit een einde zal komen aan het leven, maar nu kwam dat einde plotseling sneller dichterbij….

‘Ik ben… zo benauwd’

Ik kom binnen, met een schort en handschoenen aan. Op mijn gezicht een mondneusmasker en een beschermbril. Gewapend met een thermometer en een saturatiemeter, stap ik de kleine woonkamer binnen. Op de rand van het bed zit een zichtbaar lijdende vrouw. Ik hoor haar zware en snelle ademhaling. Ondanks de zuurstof, is ze zichtbaar enorm benauwd. Een volledige zin uitspreken lukt haar al niet. De huisarts van de huisartsenpost heeft twee uur eerder al een injectie met morfine gegeven om de benauwdheid te verminderen. Deze injectie heeft echter weinig effect gehad. De vrouw oogt duidelijk zeer oncomfortabel. ‘Ik ben…. zo benauwd’, kan ze, met een adempauze, uitbrengen. Ik leg een hand op haar schouder om te laten merken dat ik er voor haar ben….

‘Tot overmorgen’

Ik parkeer mijn auto op de oprit van het huis. Zoals gewoonlijk loop ik achterom naar binnen, de poort staat al open. Met een mondmasker op en mijn handschoenen al aan, ben ik klaar om aan de slag te gaan. De man die ik vandaag bezoek is in de zeventig. ‘In de zeventig’; is naar de maatstaven van de wijkverpleging vrij jong. Het komt niet heel regelmatig voor dat ik een jonger iemand terminale zorg verleen. En hier is dat zeker het geval. De kanker die door het lichaam van de man woekert, zit waarschijnlijk al in meerdere organen. Hij heeft tot een week geleden gevochten om langer te leven, door iedere mogelijke behandeling aan te grijpen en te proberen. En vorige week werd de vermoeidheid hem teveel. Als ik zijn huis binnenloop, ligt hij op bed in de woonkamer….

‘Ik denk dat ik vandaag dood ga’

De huisarts vraagt of ik een katheter wil inbrengen bij een man. De man ken ik amper, hij krijgt zorg van een ander thuiszorgteam waar ik op dat moment voor inval. Tussen neus en lippen door vertelt ze erbij dat de man getest is op het COVID-19-virus en dat de uitslag nog niet binnen is. Dat maakt het inbrengen van de katheter een stuk gecompliceerder: in pak, met een beslagen beschermbril op, waar je amper doorheen kunt kijken. Met steriele handschoenen die ik over de onsteriele handschoenen aantrek. Ook is de man terminaal en is zijn levensverwachting enkele dagen tot misschien een tweetal weken. Kortom; een uitdaging….

‘De juiste zorg op de juiste plek’

De man in kwestie ging al enige maanden flink achteruit ten gevolge van kanker. Hij zit inmiddels in het palliatieve traject, wat inhoudt dat genezing niet meer mogelijk is en we alles op alles zetten om de man zo comfortabel mogelijk te maken. De zorg die wij verlenen is erop gericht dat de man zo veel mogelijk energie overhoudt voor leuke dingen waarvan hij nog kan genieten. Het wassen en aankleden iedere ochtend kost hem namelijk zoveel energie dat hij de rest van de dag niet veel meer waard is. Daarom helpt de thuiszorg hem hierbij….